Eerlijke kansen

Verschillen waarderen, discriminatie aanpakken

EenUtrecht wil dat iedere Utrechter eerlijke kansen heeft, eerlijk en gelijk wordt behandeld en wordt gezien en gehoord in wie hij of zij werkelijk is. Iedereen heeft dezelfde rechten en houdt zich aan dezelfde regels. Het voortrekken of buitensluiten van wie ook wordt volstrekt niet geaccepteerd en discriminatie wordt direct en zichtbaar opgepakt, waar nodig aangepakt. Discriminatie wordt vaak onderschat, terwijl het aantal Utrechters dat zich gediscrimineerd voelt de afgelopen jaren voortdurend toeneemt. In tien jaar tijd van 11 naar maar liefst 16%. De inzet is om elke vorm van discriminatie, pesten, ongelijk behandelen en buitensluiten te stoppen. Zodat Utrecht de stad wordt waar iedereen zich welkom voelt en je er jezelf kunt zijn: ‘Utrecht voor iedereen’.

Foto: Sebastiaan ter Burg

Volg ons op social media

BEKIJK ONZE STANDPUNTEN

Maak discriminatie en het waarderen van verschillen bespreekbaar bij organisaties, bedrijven, kerken, moskeeën, buurtcentra, bij sportverenigingen en vooral ook in het onderwijs, op de scholen. Dat kan door organisaties te verleiden bij hen thuis of samen met anderen gericht bijeenkomsten te organiseren, bijvoorbeeld door te starten met een onderzoek in de eigen organisatie, gericht op discriminatie en waarderen van verschillen, waarvan de uitkomsten gezamenlijk worden besproken. Of met creatieve bijeenkomsten waar deelnemers zelf ervaren wat discriminatie met je doet en wat er gebeurt als je de verschillen leert zien en waarderen. Vooral op scholen, deels met ‘cultuursensitief’ onderwijs. Naast de bestaande lessen en lesmiddelen (zoals van Artikel 1 Midden Nederland) gerichter investeren in de docenten zelf, zoals met het trainen en begeleiden van docenten over hoe zij kunnen omgaan met diversiteit in de klas. Hoe je gericht discriminatie en het waarderen van verschillen op school bepreekbaar kunt maken, niet alleen met leerlingen, maar juist ook met de ouders. De gemeente geeft het goede voorbeeld en laat zien dat anders denken en anders zijn in Utrecht wordt gewaardeerd, juist zeer welkom is. In Utrecht luistert de meerderheid wel naar minderheden. Wethouders en bestuurders waarderen publiekelijk en zichtbaar alle leefstijlen en alle leeftijden en nemen deel aan alle openbare uitingen van de diverse etnische groepen.

Veel organisaties en bedrijven geven vaak aan dat het wel goed gaat, dat zijzelf weinig of geen last hebben van het buitensluiten van scholieren, werknemers of leden: “wij discrimineren niet” of “we doen al veel aan het tegen gaan van pesten”. Helaas, de cijfers en de verhalen spreken dit tegen. Daarom is het belangrijk dat we in onze stad elkaar hier scherp op houden en ruimte geven aan een terugkerende campagne met als boodschap: ‘DISCRIMINATIE VERDIENT AANDACHT’. Daarin is de volgende boodschap cruciaal:
(i) Opkomen bij discriminatie werkt.
Als individu opkomen bij situaties van discriminatie (buitensluiten, pesten, racisme) werkt, niet alleen als jezelf wordt gediscrimineerd, maar ook als omstander. Alleen zo maak je het bespreekbaar en houd je iedereen scherp. Praktisch vertaald is de boodschap: discriminatie melden loont, het kan een begin zijn van een beter gesprek, van een verandering. Maar dan moet het wel gemeld worden, dan moet iemand het wel aanslingeren, anders kan het niet ‘beginnen’.
(ii) Discriminatie is een zaak waar je voortdurend mee bezig moet zijn.
Soms er even aandacht aan besteden is meestal niet genoeg. Er over praten na een incident is vaak niet (altijd) fijn voor degene die gepest is of gediscrimineerd, alsof jij het dan bent die het aan de orde stelt, er een gedoe van maakt. Je zult er dus vaste momenten voor moeten organiseren. (iii) Daag jezelf uit om te ‘toetsen’ of je eigen organisatie goed genoeg bezig is met discriminatie.
Vaak zit het pesten of de discriminatie verstopt (online in de social media) of is het vooral indirect aanwezig (niet fysiek, soms verbaal, vaker nog door onbenoemd iemand buiten te sluiten). Het gevaar is daardoor extra groot dat je de discriminatie in je eigen organisatie of bedrijf onderschat.

Laten zien dat melden loont, discriminatie wordt aangepakt. Dit op basis van het register met meldingen bij Artikel 1 Midden Nederland (MN) en de veroordelingen door het College van de Rechten voor de Mens. Als blijkt dat bij een werkgever of school sprake is van meerdere ‘gegronde’ meldingen (boven een kritisch aantal) vindt naast het ‘bemiddelingsgesprek’ met Artikel 1 MN ook een gesprek plaats door ‘Utrechters met gezag’, zoals een wethouder. Deze Utrechter gaat persoonlijk langs bij de betreffende werkgever of schooldirectie (ondersteund door Artikel 1 MN) om hen uit te dagen extra maatregelen te nemen. Als dat niet tot zichtbare veranderingen leidt of tot een ‘verbeteragenda’ dan kan de werkgever of school op een lijst van organisaties komen met een achterstand in het voorkomen van discriminatie (en bevorderen van diversiteit). Als na enkele jaren ook dat niet leidt tot een verbetering dan kan uiteindelijk dat (indien juridisch verantwoord) leiden tot uitsluiting bij inkoop door de gemeente Utrecht. Meldpunten worden beter zichtbaar. Het bestaande digitale en fysieke meldpunt bij Artikel 1 Midden Nederland staat hierin centraal. Deze aanvullen met o.a. mobiele fysieke meldpunten in de stad, bij openbare gelegenheden en evenementen, bij moskeeën en kerken, op scholen en buurtcentra, bij migrantenorganisaties, bij de politie en op wijkbureaus, als ook in de vestigingen van de bibliotheek en op treinstations. Een digitaal meldpunt (bij Artikel 1 Midden Nederland) is goed, een fysieke aanwezigheid van een meldpunt is (nog) beter.

Organiseer en stimuleer actief dat alle bedrijven en organisaties de ‘diversiteitscharter’ steunen en ondertekenen. Zorg er voor dat zij elkaar regelmatig ontmoeten in een ‘Utrechts platform voor diversiteit en tegen discriminatie’, waarin zij elkaar opnieuw voeden en stimuleren (nog) meer te doen. Organisaties en bedrijven die de diversiteitscharter actief steunen en uitvoeren, stages en werk bieden aan bijvoorbeeld Utrechters met een hogere leeftijd, een niet westerse etnische achtergrond en een arbeidsbeperking, worden door de gemeente bij de inkoop van diensten beloond met een voorkeursbehandeling.

In onze stad zijn nieuwkomers welkom en kunnen direct deelnemen aan onze samenleving, ongeacht afkomst en herkomst, in het bijzonder vluchtelingen van buiten Nederland. Wel geldt dat zij altijd kleinschalig en verspreid over de stad worden gehuisvest, dus in tientallen en niet met honderden tegelijk per locatie of buurt. Dat maakt dat nieuwkomers beter en sneller integreren omdat zij makkelijker in contact komen met hun buren. Het gaat er voor zorgen dat onze stad Utrecht één Utrecht wordt en daarmee de eerste stad van Nederland waar iedereen welkom kan zijn en waar verschillen worden gewaardeerd in plaats van getolereerd. Dat laten we nadrukkelijk aan anderen zien. Daarin gaat Utrecht zich onderscheiden van andere steden en daarmee trekken we als stad ook nieuwkomers aan, zowel bewoners als ook ondernemers en investeerders, die zich daar in thuis voelen.

Begin met het aanspreken van alle scholen op de ‘zorgplicht’ om alle leerlingen daadwerkelijk tijdig aan een stage te helpen, beloon degene die het goed doen, maak dat zichtbaar. Investeer meer in het persoonlijk begeleiden van studenten die niet of moeilijk een stage kunnen vinden. Jaag dat als gemeente aan door hiervoor extra middelen en mensen vrij te maken, bijvoorbeeld met het financieren (tijdelijk) van extra stagebegeleiders/mediators op de scholen.

Gemeente gaat in samenwerking met alle basisscholen en scholen in het voortgezet onderwijs actief inzetten op ‘buurtscholen’: scholen die een afspiegeling zijn van de eigen buurt of wijk. Zodoende ontstaan gemengde scholen, vooral meer gemengd op sociale klassen (inkomen en opleiding van ouders) en naar etniciteit. Een eerste voorwaarde is dat de aangekondigde aanpassing naar een centraal aanmeldsysteem met voorrang voor kinderen uit de eigen buurt (naast broertjes en zusjes) adequaat wordt ingevoerd en gecontroleerd op een juiste uitvoering. Daarnaast is meer nodig, zoals het ondersteunen van ouderinitiatieven, goede voorlichting en het bevorderen van uitwisseling tussen scholen met een verschillende achtergrond. Bij het plaatsen van kinderen op de buurtschool worden zo nodig, nadat alle ‘buurtkinderen’  een plek hebben gekregen (evenals de broertjes en zusjes), de overige plekken nog ingevuld met kinderen die maken dat de school ook een afspiegeling gaat zijn van de gehele stad naar opleidingsniveau van ouders. Op gemengde scholen zien en leren kinderen dat we in een diverse maatschappij leven met verschillende sociale klassen, etnische achtergronden en genderidentiteiten. Gemengde klassen verkleinen eerder de taalachterstand en leerlingen kunnen zich optrekken aan anderen. Alleen zo creëren we gelijke en nog belangrijker ‘eerlijke’ kansen voor alle kinderen.