Ondersteunende gemeente

Transparant en persoonlijk in het contact met burgers

EenUtrecht wil een open en menselijk gemeentelijk bestuur met vaste goed aanspreekbare en bereikbare contactpersonen, duidelijke regels en een echt contact tussen Utrechters en gemeente. Dus meer persoonlijke aandacht van de gemeente, toegankelijk en transparant, vooral ook voor Utrechters die moeilijk zonder steun van de gemeente kunnen. Een gemeente naast mensen, niet tegenover hen. Zonder ingewikkelde formulieren en lange procedures.

Zo komt hulp bij armoede wél terecht bij mensen die het hard nodig hebben. Zo gaan burgers aanzienlijk minder vaak naar de rechter stappen. En zo werkt de overheid écht voor de Utrechters.

Onze standpunten en burgervoorstellen

De misvatting onder veel raadsleden en wethouders is dat zij er zijn om op te komen voor het algemeen belang en dat wordt vaak uitgelegd als dat zij alle belangen van zowel marktpartijen, overheidsinstanties en bewoners dienen af te wegen en dan uiteindelijk een keuze moeten maken ten dienste van het algemene belang. Dat algemene belang bestaat niet, er zijn inderdaad wel afzonderlijke belangen van allerlei partijen, waaronder die van de bewoners, de kiezers. En als raadslid en wethouder ben je gekozen om op te komen voor dat belang, van alleen bewoners. En er voor te zorgen dat bewoners van Utrecht worden beschermd tegen zowel de macht en de commerciële belangen van marktpartijen als ook tegen de macht van overheidsinstanties die, zo is wel gebleken de afgelopen jaren, ook lang niet altijd rekening houden met de rechten en belangen van de vaak individueel kwetsbare burger. Als EenUtrecht staan wij voor de Utrechters, komen we voor hen op en roepen alle andere raadsleden (en wethouders) op dat ook te doen.

In het contact met elke Utrechter zorgt de gemeente ervoor dat bij een aanvraag of hulpvraag er altijd een vaste persoonlijke contactpersoon is bij de gemeente die de vraag zelf behandelt of dat intern bij de gemeente coördineert en zelf met de Utrechter het contact onderhoudt. Bij meerdere (hulp)vragen krijgt de  Utrechter één contactpersoon bij de gemeente toegewezen die zijn of haar zaken behartigt en/of vragen behandelt. Dit moet voorkomen dat Utrechters met meerdere (hulp)vragen met meerdere en steeds wisselende ambtenaren te maken krijgen. Ambtenaren, die niet altijd van elkaar weten wie wat al doet. Hierdoor voelen deze Utrechters zich als nummer behandeld en niet als mens. Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor Utrechters met een (bijstands)uitkering, ook zij zijn gebaat bij een vaste contactpersoon (of ‘klantmanager’). Het introduceren van één contactpersoon gaat er tegelijkertijd voor zorgen dat de gemeente als organisatie effectiever, efficiënter en burgervriendelijk kan werken en daarmee wordt het werk er voor de ambtenaren veel prettiger op.

Een grote stad met meer dan 370.000 burgers en meer dan 6.000 ambtenaren loopt snel het risico dat de gemeente een anonieme te grote ‘molog’ is waar je als burger maar moeilijk je weg in vindt. In Utrecht is dat nu nog zo. Weliswaar kent Utrecht enkele wijkbureaus, maar dat zijn vooral loketten waar je een vraag kunt stellen. De besluitvorming en de uitvoering vindt volledig plaats op het voor burgers ‘hoogdrempelige’ stadskantoor boven op Utrecht CS, letterlijk en figuurlijk in een hoge U-toren. Wethouders hebben vaak wel een maandelijks spreekuur in elke wijk, maar dat is een uurtje in de maand voor gemiddeld 35.000 burgers. Voor bijna alle Utrechters, zeker voor degene die de gemeente nog niet kent of laaggeletterd is, blijkt te vaak dat als zij ‘vastlopen’ in het contact met de gemeente je nergens kunt klagen, extra hulp kunt vragen of kunt escaleren. Daarom is het nodig dat de gemeente Utrecht zich dichterbij de mensen organiseert, op een persoonlijke en laagdrempelige manier, met wijkbureaus die een belangrijk deel van de vragen zelf kunnen afhandelen, anderen op het stadskantoor kunnen inschakelen en de gemeenschap kunnen ondersteunen waar dat nodig is. Dat betekent het terugdraaien van eerdere bezuinigingen op de Wijkbureaus en het vrijmaken van extra budget om deze waar nodig te kunnen uitbreiden.

Utrechters met een vraag, een suggestie of voorstel weten niet altijd direct de weg te vinden in het gemeentelijke ‘apparaat’. Burger- en buurtorganisaties (afgekort BBO’s) vaak ook lang niet altijd. Tegelijkertijd hebben veel van deze Utrechters en BBO’s baat bij een buurtambtenaar die met hen meedenkt, hen ondersteunt in de relatie met de gemeente en hen goed kent en dus ook weet wat de betrokkene nodig heeft, wil en kan. Daarom kunnen Utrechters en de BBO’s een beroep doen op ondersteuning door buurtambtenaren, werkzaam bij één van de wijkbureaus van de gemeente en volledig beschikbaar voor het ondersteunen van Utrechters, o.a. in wat zij samen willen en doen voor de eigen buurt. Dat gaat er voor zorgen dat het buurtgericht werken de ‘standaard’ wordt, dit in plaats van het huidige meer sectorale werken bij de gemeente.

Uitvoerende activiteiten, zodra enigszins mogelijk, vinden plaats vanuit het wijkbureau, zoals het verlenen van vergunningen, beheren van buurtgeld en organiseren van buurtgerichte activiteiten van de gemeente. Daarom worden de wijkbureaus uitgebreid met nu nog op het stadskantoor werkzame ambtenaren. De huidige wijkindeling is hiervoor niet altijd geschikt. Zo is bijvoorbeeld de wijk Zuid eerder een wijk met twee afzonderlijke buurten, Hoograven en Lunetten, beide met een eigen historie, dynamiek, buurtcentrum en winkelcentra.

Alle wethouders hebben (ook) een kantoor in de buurt in plaats van – zoals nu – (alleen) op de bovenste verdieping van het stadskantoor met heel soms een spreekuur in de wijk. Wethouders moeten zichtbaar zijn in de buurt en Utrechters moeten laagdrempelig bij hen kunnen aankloppen. Het vergroot de betrokkenheid van meer Utrechters bij de politiek, versterkt de geloofwaardigheid van wethouders en het zorgt er voor dat ze ‘bij de les blijven’. Zo nodig wordt het college van B&W hiertoe aangevuld met enkele extra wethouders die vooral een buurt/wijk vertegenwoordigen.

Alleen met een klein aantal duidelijke regels ontstaat pas de ruimte om te wonen en te ondernemen zoals de Utrechters dat zelf willen, daarbij tegelijkertijd voldoende rekening houdend met de buren. Dus alleen regels als het moet. Hierdoor gaan Utrechters zich meer uitgenodigd voelen initiatieven te starten of uit te breiden. Er komt een ‘Kafka-werkgroep’ van Utrechters, die samen met het bestuur van de stad op zoek gaat naar de onnodige regels en hinderlijke bureaucratische procedures en werkwijzen, zodat deze, na instemming door de gemeenteraad, kunnen worden afgeschaft. Daarmee wordt Utrecht een ‘regelarme stad’. Hierover wordt breed gecommuniceerd, zowel in de stad zelf als daarbuiten, zodat iedereen weet wat in Utrecht wel en niet kan en wat onze stad te bieden heeft.

Iedereen moet kunnen zien en volgen wat de politiek doet met het belastinggeld. Daarom worden gemeentelijke documenten proactief, toegankelijk en burgervriendelijk op de website van de gemeente gezet. Utrechters hoeven niet meer om inzage te vragen, bijvoorbeeld via de Wet Openbaarheid van Bestuur, want alles staat gewoon direct online op de website van de gemeente.

De gemeente spoort zeer actief alle fraude bij Utrechters op, zowel fraude met uitkeringen als met vergunningen en gemeentelijke belastingen.

In Utrecht zijn de verschillen in inkomens aanvaardbaar en te verantwoorden. Daarin geeft de gemeente het goede voorbeeld: de ambtenaar met het hoogste salaris verdient daarom maximaal vier keer het minimumloon (ca. € 120.000,- per jaar) ofwel de Utrecht-norm. Datzelfde geldt ook voor wethouders.

De gemeente doet geen zaken meer met organisaties en bedrijven waar salarissen voorkomen met meer dan 2x de Utrecht-norm (ca. € 240.000,- per jaar). Ook doet de gemeente geen zaken meer met banken die medeschuldig zijn aan het duperen van Utrechters met zogenoemde foute beleggingen en leningen. Bestaande relaties met deze banken worden verbroken, zodra dit juridisch mogelijk is, tenzij de bank bereid is de gedupeerde Utrechters (alsnog) serieus tegemoet te komen.

Een steunende gemeente, persoonlijk en transparant, heeft baat bij een krachtige slagvaardige organisatie. Als de gemeenschap (buurt)taken van de gemeente overneemt – zo mogelijk met de ‘overstap’ van ambtenaren naar Burger- en buurtorganisaties (BBO’s) – kan de gemeente zich ook kleiner organiseren. 

Een tekort op de begroting en de jaarrekening van de gemeente moet te allen tijde worden vermeden. Als er dan toch een tekort dreigt moet dat eerst met bezuinigingen worden opgevangen en pas daarna met het verhogen van de lokale gemeentelijke belastingen. Dat kan alleen het geval zijn als het gaat om het kunnen blijven realiseren van noodzakelijke milieumaatregelen, het kunnen blijven uitvoeren van armoederegelingen en blijvend kunnen aanbieden van sociale voorzieningen en activiteiten voor kwetsbare Utrechters.