Maak lokale burger- en buurtorganisaties sterker
EenUtrecht wil dat bewoners meer zeggenschap, steun en geld krijgen om zelf hun leefomgeving, straat en buurt te verbeteren en te beheren, overal waar zij dat willen en altijd binnen duidelijke afspraken met de gemeenteraad. Lokale burger- en buurtorganisaties van de Utrechters zelf krijgen waar mogelijk meer ruimte én nemen taken over van de gemeente.
Zo krijgen Utrechters meer zeggenschap. Zo worden buurten veiliger en fijner. En zo wordt de dienstverlening in de stad beter én goedkoper.
Enkele decennia lang heeft de Nederlandse overheid steeds meer taken op vooral buurtzorg en welzijn overgenomen van de bewoners en de buurt. Daarmee is veel buurtbinding weggevallen met alle ellende van dien. Sinds 2013 – met de introductie van de ‘participatiesamenleving’ – treedt de overheid terug, lees: ze bezuinigt op alles in de buurt, ook in Utrecht. Dat gaat zo twee keer verkeerd: eerst neemt de overheid het van mensen over en daarna trekken ze het geld er uit.
Wat is er dan wel nodig? Allereerst het besef dat sociaal investeren in de lokale gemeenschap in de buurt cruciaal is, zonder dat raken bewoners eerder geïsoleerd en vinden velen moeilijker hun weg in de samenleving. Dus niet bezuinigen, maar eerder extra investeren in de buurt. Nog belangrijker is het besef dat de buurt niet van de gemeente is, maar primair van mensen zelf. Dat buurtbewoners en buurtondernemers zich verantwoordelijk voelen voor de buren en de (buurttaken in de) buurt. De gemeenschap in een buurt wil zich graag inzetten, maar dan wel als ze ook zelf – samen – kunnen beslissen over hoe en wat er moet gebeuren. Mensen weten ook steeds meer, kunnen steeds meer en willen steeds meer samen zelf kunnen bepalen hoe de eigen leefomgeving er uitziet. Ga als gemeente dat erkennen, waarderen en steun dat waar nodig. Maak hierin een duidelijk en scherp onderscheid tussen buurttaken (openbaar domein) van, voor en door de buurt versus stedelijke taken (publiek domein). De stedelijke taken zijn en blijven wel een eerste verantwoordelijkheid van de gehele stad; uitvoerend bij wethouders en stadsambtenaren, in eigenaarschap bij alle Utrechters en namens hen de gemeenteraad. Zo worden de buurten (stadsdorpen) ‘baas’ over de buurt en blijft de stad ‘baas’ over de stad.
Het kan en werkt ook, zo laten enkele mooie initiatieven in het land zien, zoals in Peel en Maas.
In het model van ‘zelfsturing’ uit Peel en Maas is het de gemeenschap in een buurt (dorp) die verantwoordelijk is voor de buurttaken (in het openbare domein) en als sociaal eigenaar er voor kan kiezen om zelf sturing te geven aan bijvoorbeeld de thuiszorg, het begeleiden naar betaald werk en het beheren van buurtcentra. De ervaring leert dat de gemeenschap uitstekend zelf in staat is elkaar te ondersteunen en zich te organiseren, wel waar nodig met steun van de gemeente.
Maak hiermee een start door als gemeente(raad) een ‘Gemeenschappelijk Sociaal Contract’ op te stellen tussen gemeente en gemeenschap, vertegenwoordigd door de honderden actieve Utrechters, bewonersgroepen, -initiatieven en BBO’s waarin deze kanteling van gemeente naar gemeenschap wordt verwoord als een intentie met een aanzet voor eerste stappen, in het besef dat dit een groeitraject is van vele jaren, zoals de vele mooie voorbeelden in binnen- en buitenland laten zien.
Burger- en buurtorganisaties (afgekort: BBO’s) krijgen het recht de Buurttaken in de eigen buurt zelf te organiseren. De gemeente is steeds degene die – waar nodig – de buurt daar de ruimte voor geeft (regels en kaders), voorziet van deskundig advies (expertise) en dit financieel steunt (geld). Bij voorkeur organiseert de BBO zich als vereniging of coöperatief (economische vereniging) zodat iedere buurtbewoner en buurtondernemer zelf invloed kan hebben op wat de BBO wil en doet. De gemeente nodigt buurtbewoners, buurtondernemers en BBO’s actief uit om een ‘bod’ uit te brengen voor het zelf inrichten van de eigen buurt.
Dat betekent dat het instrument ‘bewonersbod’ dat de gemeente nu beperkt actief gebruikt volledig wordt uitgebreid, actief wordt ingezet en ook open staat voor nieuwe buurtinitiatieven. Elk verzoek of aanvraag om buurttaken in de eigen buurt te organiseren, van een BBO of groep bewoners of buurtondernemers, behandelt de gemeente direct als een serieus bewonersbod.
In het sociale domein wordt om te beginnen het werk van de sociaal makelaars (en sociaal beheerders) waar mogelijk overgedragen aan of ondergebracht bij Burger- en Buurtorganisaties (afgekort: BBO’s). Sociaal makelen is hier een door de gemeente gebruikt ‘abstract’ kantoorwoord voor het met elkaar verbinden van bewoners en buurtondernemers in de eigen buurt. In het eerste contract met de Rotterdamse Stichting DOCK is afgesproken dat zij – in de contractperiode tot en met 2024 – orde grootte 20 tot 25% van de taken zou overdragen aan ‘bewonersgestuurde’ organisaties. In 2025 bleek dat nog geen 2% van de activiteiten ook daadwerkelijk was overgedragen. Bij de verlenging van het contract met DOCK voor 10 jaar tot 2034 is die opdracht nota bene helemaal komen te vervallen. Dankzij een motie van EenUtrecht dient DOCK elke 3 jaar wel geëvalueerd en als blijkt dat zij onvoldoende presteren kan het contract opengebroken. Bij de eerstvolgende gelegenheid (2028) willen we daarom een grondige evaluatie en op onderdelen zien we dan graag dat ook BBO’s de kans krijgen om een deel dat werk alsnog van DOCK over te nemen.
In navolging van dit voorbeeld van sociaal makelen worden vergelijkbare diensten die nu nog door de gemeente zijn uitbesteed aan ‘externen’ (organisaties van buiten de eigen buurt of stad) eveneens kritisch bekeken en wordt nagegaan of deze ook beter door bewoners zelf (samen met gebruikers en buurtondernemers) kunnen worden uitgevoerd. Dat kan blijken door bij veel van deze diensten de buurt c.q. de stad uit te nodigen te komen met een ‘bod’. Pas dan zal blijken of Utrechters het (samen) zelf willen doen én of zij inderdaad met een kwalitatief gelijkwaardig/vergelijkbaar bod of zelfs met een beter bod kunnen komen. Als dat zo is, dan wordt zo spoedig mogelijk de uitbesteding aan deze groep(en) Utrechters in gang gezet.
Nagenoeg alles in Utrecht wordt door de gemeente opgedeeld in stedelijke budgetten per leefdomein; met geld voor bijvoorbeeld ontmoeting, weer apart geld voor sport, idem voor groen, enzovoorts. De idee is dat het belangrijk is om een deel van dat stedelijke budget te herverdelen in wijkbudgetten voor de 10 tot circa 30 Utrechtse wijken. Dan gaat het over budgetten die volledig ten goede komen voor een specifieke wijk waar lokale BBO’s in beginsel de uitvoering van zouden kunnen doen. Het gaat dan dus over taken waar het sociaal eigenaarschap bij de lokale gemeenschap zelf ligt. Over deze wijkbudgetten wordt al jaren gepraat in Utrecht, een enkele keer is er op papier mee geoefend, maar het wordt nu de hoogste tijd om er mee te gaan werken. Al doende gaan we leren wat hier de beste praktijk in kan zijn.
Het totale budget van de gemeente wordt gesplitst in een stadsbudget en buurtbudgetten zodat iedere buurt beschikt over zijn eigen Buurtgeld. Buurtgeld is geld dat door de gemeente gericht wordt besteed of geïnvesteerd in Buurttaken voor een specifieke buurt. Zoals voor buurtgroen, straatverlichting en verkeersdrempels in niet doorgaande wegen of voor buurtinitiatieven voor een leefbare buurt, voor cultuur en welzijn in de buurt, enzovoorts. Dat is nu niet zo: bijna alles is nu stadsbudget (ruim € 1,3 miljard per jaar) en over elke euro beslist de gemeenteraad of een wethouder of ambtenaren. De buurt beslist nu nog helemaal nergens over.
De pilots met ‘buurtbudget’ in Lombok en Lunetten (2014-17) waren een voorzichtige eerste stap, maar niet succesvol. Begrijpelijk. Half werk werkt namelijk niet. De buurt doet namelijk alleen mee als buurtbewoners en buurtondernemers echt invloed krijgen in de besteding van het geld. Over het Buurtgeld beslissen daarom alle buurtbewoners en buurtondernemers zelf, online door digitaal te stemmen op buurtvoorstellen en offline in een Buurtraad met actieve buurtbewoners en buurtondernemers, samen met enkele gekozen buurtraadsleden, dit ter versterking van de legitimiteit en de verbinding met de centrale gemeenteraad. Bij de raadsverkiezingen worden – zodra dat (technisch/juridisch) mogelijk is – niet alleen 45 gemeenteraadsleden gekozen, maar tegelijkertijd ook 45 buurtraadsleden die zich verdelen over de buurten en de buurtraden in de stad, bij voorkeur raadsleden die er wonen. Zo lang dat nog niet kan worden voorlopig analoog aan de uitslag van de raadsverkiezingen 45 kandidaten van de betrokken partijen verdeeld over de buurtraden.
Als eerste stap wordt het huidige ‘Initiatievenfonds’, dat bedoeld is voor initiatieven van Utrechters in de eigen buurt of wijk, niet langer verdeeld en toegekend door ambtenaren van het wijkbureau, maar door de (online) buurtraden. Inzet is dat over enkele jaren het buurtgeld een substantiële omvang heeft, met een orde grootte van € 20 tot € 100 miljoen (ofwel circa 1,5 tot 7,5% van de totale begroting van de gemeente Utrecht).
Bij het uitbesteden van diensten en activiteiten door de gemeente krijgen in principe altijd eerst de buurtorganisaties (afgekort: BBO’s) de gelegenheid om een (aan)bod te doen (ofwel een ‘recht van eerste bod’). Dit geldt altijd voor de Buurttaken (in het openbare domein), maar waar enigszins mogelijk ook voor enkele stedelijke taken (in het publieke domein). Pas als blijkt dat er geen geschikte of passende BBO is die de opdracht wil en kan gaan doen, komen traditionele werkorganisaties in beeld.
Daarvoor zal het nodig zijn om de huidige – vaak rigide – indeling van het gemeentelijk budget te ‘ontschotten’, omdat BBO’s veelal niet op één leefdomein (zoals sport, cultuur, welzijn, werk, wonen of zorg) actief zijn maar op meerdere tegelijk, wat hen vaak ook effectiever maakt. Een BBO die in aanmerking wil komen voor een gemeentelijke opdracht moet – net als bij partijen uit de markt – voldoen aan enkele criteria. Belangrijke criteria zijn: dat de organisatie voldoet aan de BBO-eisen (zie bijlage), draagvlak heeft bij een relevante groep Utrechters en voldoet aan de professionele werkstandaarden (kwaliteit) die voor de uitvoering nodig zijn.
Maatschappelijk vastgoed, zoals buurthuizen, (buurt)sportcentra en (buurt)theaters, dat nu nog in eigendom is van de gemeente, wordt bij belangstelling bij voorkeur verkocht aan BBO’s; dit tegen een marktwaarde gebaseerd op ‘maatschappelijk gebruik’. Dit omdat de ervaring leert dat deze organisaties meer kunnen met dat vastgoed dan een overheid dat kan, vooral bij het inzetten van dit vastgoed voor functies met meerwaarde voor de buurt.
Er zijn in Utrecht tal van voorbeelden waarin lokale gemeenschappen, steeds vaker georganiseerd in zogenoemde burger- en buurtorganisaties (afgekort BBO’s), op een succesvolle manier o.a. soms ook publieke taken uitvoeren. Het gaat dan om taken als het beheren van een buurtruimte, binnenplein, groengebied of speeltuin, het organiseren van ontmoeting en verbinding tussen buren, het ondersteunen van kwetsbare bewoners in het zelfstandig kunnen blijven wonen in de buurt, het begeleiden van anderen in het vinden van informatie, van werk of een activiteit of het organiseren van evenementen, gezamenlijke acties of verenigingsactiviteiten, vaak op buurtniveau, maar regelmatig ook stedelijk. De huidige inzet in Utrecht is al groot, maar helaas breidt het aantal zich maar moeilijk uit. Dat is jammer, want de voordelen zijn legio. De betrokkenheid van Utrechters op elkaar en bij de buurt en de stad wordt er groter van, het verkleint daarmee ook de kloof tussen overheid en burger, het vertrouwen in gemeentelijke politiek en bestuur kan weer groeien, de buurt en de stad worden er leuker van, de inzet van middelen wordt effectiever, namelijk dichterbij mensen en beter aangesloten op de behoefte én het wort er vaak ook nog eens goedkoper van. Kortom, iets minder doen als overheid en het (over)laten aan de gemeenschap, daar waar zij zich er verantwoordelijk ook voor voelen, dat loont. Het huidige stadsbestuur zegt dat wel te willen, maar doet het niet. Ondertussen wordt er zelfs bezuinigd op de aanpak ‘Samen Stad Maken’ van de gemeente waarin dit mede is georganiseerd. Dat moet anders, kan beter. Dat vraagt om een extra (voor)investering in het starten, versterken en uitbreiden van initiatieven en organisaties (de BBO’s) in de lokale gemeenschappen zelf.
Het verlenen van zorg is geen commercieel product. Zorgverleners die werken op basis van een ‘commercieel’ profijt (gericht op winst voor eigenaren of aandeelhouders) worden in Utrecht niet langer meer gecontracteerd. Alleen zorgverleners die werken op basis van een ‘sociaal’ profijt (gericht op maatschappelijke doelen en de winst wordt geïnvesteerd in het verbeteren van de zorg) komen nog in aanmerking voor het leveren van zorg in onze stad. De gemeente zal daarin vooral lokale BBO’s stimuleren en ondersteunen om ‘buurtzorg’ te organiseren in buurten, voor en door buurtbewoners zelf; zoals het voorbeeld van buurtcoöperatie Wederzijds in Utrecht Noordoost.