Gezonde en veilige stad

Sociaal, schoon, stil, suikerarm en safe

EenUtrecht wil een stad waar elke Utrechter gezond kan wonen en veilig over straat kan. Met meer (buurt)ruimte en geld voor ontmoeting, verbinding, (buurt)sport en buurtcultuur. Terugdraaien van bezuinigingen op sociale ondersteuning, (jeugd)zorg, opvang, bijzondere bijstand, ontmoeting en veiligheid. Directe aanpak van problematische schulden bij Utrechters, ruimhartige ondersteuning van ouders en kinderen uit de toeslagenaffaire en meer steun voor het verbeteren van de mentale gezondheid onder jongeren. Alle woonwijken schoon en ’s nachts stil.
Zo bouwen we samen aan een verbonden, zorgzame, gezonde en veilige stad.

Onze standpunten en burgervoorstellen

Gezondheid en welzijn

De gemeente gaat als regisseur sneller en effectiever (met alle schuldeisers) problematische schulden bij Utrechters saneren en neemt waar mogelijk de schulden van hen over, zodat zij alleen nog met de gemeente als (nieuwe) schuldeiser tot een oplossing hoeven te komen. Dat is extra hard nodig omdat deze schulden ziekmakend zijn en het merendeel van de schulden veelal wordt veroorzaakt door schuldeisers zelf (met overheidsdiensten en overheidsbedrijven vaak ook nog als grootste schuldeisers). Utrechters met een huurachterstand komen eerst in de schuldhulpverlening en pas daarna, als die hulpverlening geen enkele soelaas biedt, is een huisuitzetting zo mogelijk aan de orde. 

De stijgende energieprijzen zijn voor veel Utrechters ‘de druppel die de emmer doet overlopen’. Een te lang niet betaalde energierekening vergroot niet alleen de reeds bestaande financiële problemen maar leidt vaak ook tot het afsluiten van gas en elektra door de energieleverancier. Dat moet door de gemeente worden voorkomen door hierover afspraken te maken met de energieleveranciers, waar nodig de energierekening deels over te nemen of door tijdelijk een deel van de energierekening te betalen – als daarmee problematische schulden kunnen worden voorkomen (of beperkt).

Op diverse armoederegelingen (o.a. op omzetten deel gift naar lening bij bijzondere bijstand) en sociale voorzieningen (o.a. maaltijden/lunches, opvang, WMO en dagondersteuning) is de afgelopen jaren bezuinigd of zijn bezuinigingen aangekondigd door het stadsbestuur met GL/PvdA, D66, S&S en CU. Deze dienen alle te worden teruggedraaid. Sterker nog, deze voorzieningen en regelingen dienen mee te groeien met de stad en de behoefte bij een groter wordende groep van kwetsbare Utrechters. In het uiterste geval dient dat gefinancierd door het verhogen van de lokale belastingen (zoals de OZB: lokale belasting op woningen en niet-woningen), maar voorlopig biedt de begroting nog voldoende ruimte.

Het bereik van de armoederegelingen in Utrecht is verontrustend laag. Maar liefst 40 tot 80% van de Utrechters die er recht op hebben maken er geen gebruik van (afhankelijk per regeling), vaak uit schaamte maar ook omdat ze er niet van weten of de aanvraag niet goed zelf kunnen doen. Daarom is een proactieve houding van de gemeente nodig en moet er geïnvesteerd in het, via lokale netwerken van ervaringsdeskundigen en sleutelpersonen, aanzienlijk vergroten van dat bereik.

Één onderdeel van de armoederegelingen is terecht wel beëindigd, namelijk de U-polis. Dat was een collectieve zorgverzekering voor Utrechters met een U-pas (laag inkomen), tot 2025 aangeboden in samenwerking met verzekeraar Zorg en Zekerheid. Terecht, omdat de gemeente niet in staat was om een concurrerende zorgverzekering aan te bieden. Anderen bleken soms zelfs goedkoper en het vrijkomende geld kan nu veel beter worden benut voor andere armoederegelingen.

De jeugdzorg is een verantwoordelijkheid van de gemeente en dat betekent dat ook als het Rijk of anderen het laten afweten de gemeente altijd nog ervoor moet zorgen dat ieder kind adequaat en voldoende hulp krijgt; zo nodig door bezuinigingen van het Rijk op te vangen met gemeentelijke middelen.

Alle prioriteit en aandacht is nodig om uithuisplaatsingen van kinderen en dakloosheid onder jongeren te voorkomen. Ook uitschoolplaatsingen zijn niet alleen een zaak van de scholen zelf; ook hier heeft de gemeente een verantwoordelijkheid om schooluitval en vroegtijdige schoolverlating te voorkomen en te zorgen voor passende hulp en begeleiding. Daarin heeft de gemeente met zorg en onderwijs een regisserende rol, waarbij er beter geluisterd moet worden naar jeugdigen en ouders. Meer kan en moet geïnvesteerd in het maximaal betrekken van jongeren en hun ouders, zoals bij voorbeeld in  Den Haag met ‘JONG doet mee!’. Initiatieven van de doelgroep zelf verdienen meer steun.

Het gaat helemaal niet goed met de mentale gezondheid onder jongeren, mede omdat ze altijd maar online moeten zijn, een enorme prestatiedruk ervaren, met veel eenzaamheid en minder fysieke verbinding, onzekerheid over de toekomst, hoge druk op identiteit en zelfontwikkeling, normalisering van stress én het vaak tekort schieten van of de moeilijke toegang naar hulp. Extra inzet vanuit de gemeente om die mentale gezondheid te verbeteren is hard nodig, ook als het Rijk eerdere middelen niet continueert. Vooral interventies van, met en door ervaringsdeskundige jongeren zelf verdienen extra ruimte, zoals de afgelopen jaren succesvol is ingezet door organisaties als Mental Motion, Wachtverzachter en Geluks BV.

De kinderopvang toeslagenaffaire heeft vele Utrechtse gezinnen hard getroffen. Een volledige compensatie vanuit het Rijk voor de geleden schade laat vermoedelijk nog jaren op zich wachten. Daarom is het door de gemeente adequaat, respectvol en ruimhartig voorzien van ondersteuning voor deze ouders en kinderen extra belangrijk, met een onafhankelijke klachtenprocedure, het volwaardig betrekken van de lotgenotengroep van slachtoffers én beter communicatie.

Sociaalmaatschappelijke voorzieningen

Een open en vo.or iedereen toegankelijke buurtruimte zorgt voor de nodige verbinding in een buurt en kan de plek zijn om samen te komen, voor buurtsport, cultuur, debat of om elkaar waar nodig als buren te ondersteunen. Dat kan in de vorm van een trefcentrum, een buurt(werk)kamer of sociaal-cultureel buurthuis; wél altijd passend bij de buurt én in beheer bij buurtbewoners zelf. Soms zijn er nu wel voldoende buurtruimtes in een buurt, maar vaker niet of véél te weinig. Daarom is het zaak dat de gemeente – overal waar een buurt of buurtgroep dat wil – het openen of versterken van een (nieuwe) buurtruime stimuleert en ondersteunt. Belangrijk is wel dat de buurtruimte open staat voor in ieder geval alle buurtbewoners en buurtondernemers, gericht is op in ieder geval ontmoeting en verbinding en bij voorkeur wordt beheerd door een eigen buurtorganisatie (BBO). De ondersteuning bestaat waar nodig uit deskundig advies, financiële ondersteuning en het vinden of verkrijgen van de buurtruimte zelf. Elke buurt (of buurtje) heeft recht op minimaal één passende eigen buurtruimte.

Investeer in cultuur, cultuur in de buurt zodat  buurt- en culturele gemeenschappen zich kunnen verbinden. Dat zorgt voor prettige(re) buurten en een stad waar Utrechters met plezier willen en kunnen wonen. Utrechters die nu minder met cultuur meedoen krijgen de mogelijkheid om mee te doen. Samen aan kunst doen bevordert zelfredzaamheid en bevordert de gezondheid. Cultuur delen versterkt de ontmoeting tussen verschillende gemeenschappen in een buurt en brengt gesprek op gang.  Elke buurt krijgt ruimte (en benodigd budget) om een eigen culturele infrastructuur te versterken waarin diverse culturele uitingen, professionele kunst, urban cultuur, amateurkunst, cultuureducatie een plek krijgt. Door inzet van bijvoorbeeld cultuurcoaches wordt de ontmoeting tussen verschillende gemeenschappen gestimuleerd. 

Een straat, buurt of (sub)wijk heeft baat bij een openbare ruimte waar nagedacht is over hoe meer ontmoeting kan plaatsvinden, dus ook extra budget voor ontwikkeling van door buurtbewoners ontworpen plekken waar ontmoeting centraal staat, bijvoorbeeld expositieplekken, speelplekken, muurschilderingen, vaste buurtbanken en (buiten)eettafels. Dus wél extra budget – waar nodig – voor buurt cultuur in de buurt, maar niet voor zogenaamde ‘stedelijke cultuur’ waar het grootste deel van de Utrechters geen belangstelling of toegang toe heeft. Het extra benodigde geld voor buurtcultuur en amateurkunst komt vrij door de subsidies voor de ‘grote drie’ culturele instellingen in Utrecht te verlagen, namelijk voor Stadsschouwburg, Centraal Museum en Tivoli/Vredenburg. We willen namelijk een betere verdeling van de gelden voor meer gelden voor Cultuur in de Buurt.

Het aanbod voor nachtleven en evenementen in Utrecht is relatief schraal, zeker in vergelijking met andere grote steden in Nederland. Vooral jongeren ervaren dat zo. Bij een stad als Utrecht past een groter aanbod. Dat betekent dat er meer ruimte moet gaan zijn voor enkele nieuwe locaties voor nachtclubs en uitgaansgelegenheden (in het bijzonder voor jongeren). Een belangrijke voorwaarde voor het uitbreiden van nachtleven en evenementen is wél dat het niet leidt tot een toename van overlast voor omwonenden. Dat betekent het beter scheiden van uitgaans- en evenementenlocaties en woongebieden in een wijk én het creëren van nieuwe uitgaans- en evenementenlocaties buiten woonwijken. Het eerlijke verhaal is dat je niet helemaal kunt uitsluiten dat op een enkele plek in een niet-woonwijk c.q. winkel- of horecagebied dit toch zal leiden tot enige toename van overlast voor de woningen die in deze wijk al aanwezig zullen zijn. Wel geldt dan dat maximaal moet worden ingezet om de overlast tot een minimum te beperken, bijvoorbeeld met strenge restricties voor geluid, het vergoeden van geluidsisolatiekosten bij omwonenden, een passend geluids-ontlastend deurbeleid en de zorg om bezoekers te manen rekening te houden met de omgeving.

Wat Utrecht mist is een overlastvrije écht grote locatie voor evenementen, met ruimte voor 24/7 nacht(club)cultuur en het tegelijkertijd meer dan 12x per jaar kunnen organiseren van grootschalige evenementen. Binnen 10 jaar moet een dergelijke locatie worden gerealiseerd en dat kan bij voorkeur een locatie zijn in de Rijnenburgerpolder, nu nog landbouwgebied. Zo kunnen de vele evenementen die nu nog tot overlast leiden voor omwonenden in de stad zelf en vaak ook nog het openbare groen te zwaar belasten verhuizen naar een veel betere plek.
Utrecht is een stad waar jaarlijks tientallen grote evenementen plaatsvinden. Enkele daarvan hebben een belangrijke maatschappelijke meerwaarde zoals het bevrijdingsfestival op 5 mei, Keti Koti en de Sinterklaasintocht. Die moeten altijd plaats kunnen vinden en verdienen om die reden steun waar nodig van de gemeente. De (meer) commerciële evenementen kunnen eveneens plaatsvinden, maar zullen wel de kosten die de gemeente daartoe maakt dienen te vergoeden (via leges) als ook een reële prijs voor het kunnen gebruiken van de grond, ook als dit betekent dat daardoor een iets hogere toegangsprijs van bezoekers moet worden gevraagd.

Sport- en beweegactiviteiten in buurt en straat brengen bewoners bij elkaar, het zorgt voor een sociaal netwerk vlakbij huis én is goed voor ieders gezondheid. Utrechters die niet gemakkelijk sporten gaan dat eerder doen als er laagdrempelige sport/beweegactiviteiten zijn ‘om de hoek’. Daarom is het belangrijk extra in te zetten op buurtsportcoaches die de buurtsport stimuleren en ondersteunen; te organiseren vanuit een buurtcentrum, een schoolgymzaal, plein of park. Samen sporten kan ook een begin zijn van een grotere zelfredzaamheid en ‘sterkere’ straten en buurten. Bovendien dienen sportvoorzieningen stedelijk mee te groeien met de groei van het wonen en werken in de stad. Dat is nu niet het geval en zo ontstaat er steeds vaker een tekort aan speelvelden en sporthallen. Voldoende voorzieningen (waaronder die voor sport) en groen zijn een voorwaarde en geen sluitpost bij groei. Alleen bij hoge uitzondering, als het echt niet anders kan, mogen nieuwe sportvoorzieningen in bestaand groen worden gerealiseerd.  
Sportvoorzieningen moeten toegankelijk blijven voor alle Utrechters. Dat staat al onder druk en daarom moet worden voorkomen dat sportverenigingen nog meer geld van hun deelnemers moeten gaan vragen. Dat betekent dat de gemeente er rekening mee moet houden dat zij in de toekomst eerder iets meer dan minder moeten gaan meebetalen aan de aanleg en het onderhoud van de sportvoorzieningen.

Gezond leefmilieu

Het is cruciaal dat alle straten schoon zijn én niet alleen in de ‘witte’ wijken, maar in álle wijken. Dat betekent dat er extra moet worden geïnvesteerd in het elke dag schoon krijgen en houden van elke straat in de stad. Vuile straten, kapotte ramen, afval gestort naast een afvalcontainer, het zorgt voor ‘wanorde’. Dat leidt allemaal tot meer wangedrag, nog meer vuiligheid, meer overlast en meer kleine criminaliteit. Vandaar dat het zo belangrijk is om als gemeente – samen met en vaak op initiatief van bewoners en buurtondernemers – de stad héél schoon te houden. Dat kan o.a. door hogere boetes uit te delen aan degene die de stad vervuilt, het ophalen van afval te verbeteren, te zorgen voor beter afvalcontainers en burgerinitiatieven te steunen die de straat schoon houden.

Milieuvervuilende bedrijven gaan meer mee betalen voor de milieumaatregelen om de stad (weer) schoon te krijgen en te houden. Datzelfde geldt ook voor bedrijven die geluidsoverlast veroorzaken. Ook zij zullen moeten gaan betalen voor het mede oplossen ervan.
Het bezuinigen op milieumaatregelen, zoals het stadsbestuur de afgelopen jaren nog heeft gedaan, is ongewenst. Die bezuinigingen dienen teruggedraaid. In het uiterste geval, kan de lokale belastingen worden verhoogd (zoals de OZB: lokale belasting op woningen en niet-woningen), maar voorlopig is er in de totale begroting nog voldoende ruimte om de benodigde milieumaatregelen te financieren. Dat kan namelijk door effectiever te werken als gemeente en minder geld te steken in onnodige (mobiliteits)projecten en het zuiniger onderhouden van gemeentelijke infrastructuur en gebouwen.

Huidige regels voor terrasverwarming moeten worden herzien. Nu kunnen terrassen nog onbeperkt worden verwarmd met alle energieverspilling van dien. Sterker nog, het zorgt voor een overbelasting van het energienet. Dus terrasverwarming moet worden verboden.

Open haarden en houtkachels leveren relatief veel milieuvervuiling op en zorgen voor een ongezond leefklimaat voor bewoners, dit door de uitstoot van fijnstof, CO en PAK’s. Ze zijn bovendien niet energiezuinig en aanzienlijk minder efficiënt voor dan moderne alternatieven.

In Utrecht betalen hondenbezitters terecht een hondenbelasting ofwel een zogenoemde ‘blaftaks’. Dat moet zo blijven, want honden vragen ruimte (hondentoiletten en -speelweides) en zorgen soms voor overlast. Wel moet deze hondenbelasting worden verlaagd omdat de huidige hoogte niet in verhouding staat tot de kosten die de gemeente extra moet maken én juist kwetsbare Utrechters die behoefte hebben aan een huisdier niet onnodig te veel moeten betalen voor een hond.

Utrechters en gemeente komen gezamenlijk tot de ‘Utrechtse leefregels’. Dan gaat het over: ‘hoe gaan we met elkaar om’, op straat, op school en op het werk. Bijvoorbeeld dat we elkaar eerst een vraag stellen in plaats van te oordelen, dat groeten altijd mag, we elkaar niet beledigen – laat staan intimideren – en dat we de nachtrust van onze buren respecteren. Waar nodig worden deze leefregels vertaald in gemeentelijke (politie)verordeningen. Zo wordt op straat onbeschoft en intimiderend gedrag niet getolereerd en altijd direct en hard aangepakt. Daders riskeren een boete en komen met naam en delict op de website van de gemeente. Direct een gebiedsverbod voor de dader bij ernstige intimidatie en hinderlijke overlast. Zoals bij bedreigingen, vandalisme en stalking, zowel in de eigen straat en buurt als ook op bijvoorbeeld schoolpleinen en sportvelden.

In woongebieden moet je altijd ’s nachts (23:00 tot 07:00 uur) rustig kunnen slapen en overdag en in de avond ongestoord in je tuin of op de stoep een gesprek kunnen voeren. Dus geen geluidshinder van verkeer, buitenevenementen, buren of luidruchtige voorbijgangers. Dat moet gelden voor alle woonstraten, zowel in de binnenstad als voor alle andere (buiten)wijken. Allereerst wordt ingezet op het verminderen van het verkeerslawaai tot maximaal 55 decibel (dB), dit door het direct invoeren van een maximum snelheid op alle wegen van 30 km, inclusief doorgaande stadswegen. In Utrecht bestaan voor buitenevenementen nu nog hele soepele geluidsnormen, namelijk maximaal 80 tot 90 decibel, uitgedrukt in dB(A). Deze normen moeten veel strenger, zodat je in de woning (met een geluidsisolerende gevel van minimaal 10 decibel, vaak 15 tot 20) elkaar in een gesprek nog wel kunt verstaan (bij een geluidsniveau binnen van 50 decibel kan dat dan nog net goed). Dat betekent dat bij evenementen de geluidsoverlast op de gevel zeker niet mag uitkomen boven de 65 dB(A), met uitzondering van enkele beeldbepalende evenementen, met een norm op 75 dB(A). Dat is dus ruim 30 keer stiller dan nu (elke 3 decibel lager is 2x stiller).

Om overlast van bedrijven (vaak horeca) te minimaliseren dienen voor zij- en achtergevels weer 5 dB(A) lagere (dan de wettelijke) grenswaarden te gaan gelden voor geluid dat door deze bedrijven wordt veroorzaakt. Dat geldt ook voor de meeste voorgevels die niet aan een drukke straat liggen. Dit wordt vastgelegd in zowel de Nota Geluid en Trillingen als in omgevingsplannen. Deze 5 dB(A) lagere grenswaarde voor een geluidluwe zij- en achtergevel gold lange tijd tot 2024. Hiermee wordt deze versoepeling uit 2024 teruggedraaid.

Ten slotte moet de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in Utrecht worden aangescherpt, zodat de politie en waar nodig de burgemeester effectiever kan handhaven op o.a. het bewaken van een goede nachtrust. Nu nog veel te vaak worden Utrechters wakker gehouden door (tuin)feestjes bij de buren of luidruchtige voorbijgangers op weg naar huis. Daarom wordt in de APV een artikel opgenomen waarin wordt vastgelegd dat het in alle woonstraten (in woonwijken) volledig stil moet zijn tussen 23:00 en 07:00 uur (ofwel een geluidniveau van maximaal 25 dB(A) binnen in de woning, dus met een gevelisolatie van gemiddeld 15 dB is dat maximaal 40 dB(A) buiten op de gevel). Overdag en in de avond geldt dat je in woonstraten buiten nog gewoon met elkaar een gesprek moet kunnen voeren (ofwel een geluidsniveau van maximaal 55 dB(A) buiten, vergelijkbaar met het gewenste niveau voor verkeersgeluid).

Kritisch onderzoeken of alle straten en buurten wel stralingsveilig zijn. Op basis daarvan waar nodig strengere eisen stellen aan nieuwe masten voor mobiel dataverkeer.

Suiker is overal nog volop aanwezig. Maar suiker is een hoofdschuldige voor het ongezonde leven van veel Utrechters. Dat is niet alleen een zaak van mensen zelf, maar vooral ook een zaak voor de gemeenschap en de gemeente. Daarom neemt de gemeente het initiatief voor het maken van afspraken met organisaties en bedrijven over het ‘suikerarm’ maken van de stad. Er komt gerichte voorlichting over suikerarm eten en drinken en een suikerarme catering bij o.a. de gemeente en op scholen. Op scholen worden daar actief leerlingen en ouders bij betrokken (o.a. via de leerlingenraden, ouderraden en medezeggenschapsraden).

Veiligheid

Utrechters voelen zich steeds onveiliger. De gemeente ontkent dit en wijt het aan een toenemend ‘gevoel’ van onveiligheid bij de Utrechters zelf, mede door de aandacht voor incidenten in de media. De werkelijkheid is anders en daarom zijn extra maatregelen nodig. Een cruciaal middel om sociale veiligheid op straat en in de eigen buurt te vergroten is persoonlijk toezicht; georganiseerd door de gemeente én door burgers zelf. De gemeente moet zorgen voor een grotere inzet en aanwezigheid van wijkagenten ofwel ‘meer blauw op straat’ én van de eigen gemeentelijke boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaar) bij het handhaven van leefbaarheid en veiligheid in de openbare ruimte. Dus het jarenlang stukje bij beetje bezuinigen op veiligheid moet van tafel; extra geld is nodig.

Burgers in Utrecht organiseren in tientallen buurten al WhatsAppgroepen (Utrecht Alert); sinds 2018 ook via de Veilige Buurt App. Buurtbewoners signaleren via de App onveilige situaties en alarmeren elkaar en waar nodig de politie. De gemeente kan en moet dat veel beter ondersteunen. Dat geldt ook voor de beperkte aanwezigheid in Utrecht van zogenoemde buurtpreventieteams, zoals de ‘buurtvaders’ en de ‘buurtmoeders’, die in groepen overlast gevende buren aanspreken. Dit is een effectieve bewezen aanpak. De gemeente kan en moet ook veel meer buurtpreventie waar nodig stimuleren en ondersteunen.

Camera’s zorgen aantoonbaar ook voor meer (sociale) veiligheid op straat. In Utrecht blijkt dat o.a. uit het voorval in Geuzenwijk (Zuilen) waar na het weghalen van twee tijdelijke camera’s ineens de overlast direct weer terug was. Op dit moment geldt in Utrecht een maximum van 91 camera’s (namelijk 75 vaste camera’s en 16 mobiele camera’s) voor het beschermen van de openbare orde en het verbeteren van de veiligheid op straat. De meeste van deze camera’s hangen in onze Binnenstad. Als EenUtrecht vinden we dat onvoldoende. Op veel meer locaties zijn veiligheidscamera’s nuttig en hard nodig, namelijk overal waar bewoners of (buurt)ondernemers aangeven dat sprake is van een onveilige situatie én dat is zeker niet alleen in de Binnenstad. Daarbij moet vanzelfsprekend altijd maximaal rekening worden gehouden met de privacy van mensen en worden voldaan alle regels die hiervoor gelden (AVG), zoals het hanteren van een beperkte bewaartermijn van de camerabeelden.

Het overal vrij afsteken van vuurwerk zorgt voor onveilige/gevaarlijke situaties op straat. Daarom moet de gemeente vuurwerk verbieden; met uitzondering van het zogenoemde ‘kindervuurwerk’ zoals sterretjes, knalerwten en Bengaalse lucifers (ofwel F1 vuurwerk). Tegelijkertijd organiseert de gemeente tijdens oud en nieuw openbare vuurwerkshows op enkele locaties in Utrecht.

Coffeeshops mogen van de overheid wel softdrugs (zoals hasj en wiet) verkopen zolang zij zich aan enkele basisregels houden (het ‘gedoogbeleid’), maar de bevoorrading is volledig illegaal. Dat voedt de criminaliteit in onze stad, maakt Utrecht onveilig en zorgt voor zeer ernstige vormen van overlast. Daarom is het volledig legaliseren van softdrugs een belangrijke stap in het veiliger maken van onze stad en het terugdringen van overlast en criminaliteit.

Drugsverslaving is een groot probleem. Allereerst voor de verslaafde zelf. Omdat het nog steeds niet volledig is gelegaliseerd trekt het criminaliteit aan en leidt het vervelend genoeg ook regelmatig tot overlast, zoals de afgelopen jaren veel het geval was op en rond Utrecht CS en bij het Lucasbolwerk en Park Lepelenburg. De huidige aanpak is een goede combinatie van zowel zorgverlening als van het waar nodig begrenzen van de overlast met gebiedsverboden voor ernstige overlastveroorzakers en een (tijdelijk) verbod op harddrugsgebruik. Er moet en kan nog wel meer gebeuren en dat is ook nodig, namelijk een intensievere aanpak met een grotere inzet van hulpverleners en boa’s, als ook het toepassen van gebiedsverboden en een (tijdelijk) verbod op harddrugsgebruik ook op andere locaties in Utrecht waar sprake is van ernstige overlast door drugsdealers en -verslaafden.   

Met enige regelmaat krijgen daklozen een boete voor het buitenslapen. Volgens de gemeente gebeurt dat alleen als er ook sprake is van een onveilige situatie of als de betrokkene overlast veroorzaakt. Een boete uitdelen aan een dakloze heeft echter weinig zin, omdat de betrokkene de boete vaak niet kan betalen of er nog dieper van in de schulden raakt, met alle ellende van dien. Kortom, boetes uitdelen voor het buitenslapen, ook al is er sprake van onveiligheid of overlast, werkt bij daklozen meestal averechts. Beter is het om hen voldoende onderdak te bieden in eenvoudige maar wel veilige nachtopvang.

In Utrecht zijn alle locaties voor straat- en raamprostitutie door de gemeente gesloten. In 2013 verdween de raamprostitutie aan Het Zandpad in Overvecht en in 2018 de straatprostitutie aan de Europalaan in Transwijk. Met als gevolg dat nu al jarenlang sekswerkers in Utrecht zonder vergunning op onveilige plekken werken, ergens verstopt in de stad. Daarmee worden deze sekswerkers vaak de criminele illegaliteit in geduwd; niet meer bereikbaar voor ondersteuning of hulpverlening, met alle gezondheidsrisico’s van dien. Dat moet met spoed worden hersteld. Een nieuwe grootschalige locatie openen met meer dan 50 of zelfs meer dan 100 werkplekken voor sekswerkers is daarentegen niet wenselijk, omdat daarmee een te groot overlast- en veiligheidsrisico ontstaat voor omwonenden. Daarom moet de gemeente samen met bewoners op zoek gaan naar kleine beheersbare locaties verspreid over de stad. Deze voorkeur voor kleinschaligheid wordt nu ook ondersteund door een advies van de commissie Sorgdrager (2022).

ICT

De gemeente Utrecht dient zo snel als dat mogelijk en haalbaar is over te stappen op informatie- en communicatiesystemen (ICT) die gebaseerd zijn op open software (met open code, door iedereen te controleren en te verbeteren) en ontwikkeld door Europese of lokale alternatieven (onafhankelijk van bijv. grote Amerikaanse techbedrijven). Gemeente Utrecht stopt daarom zo snel als mogelijk is met Microsoft365.

Om veiligheids- en privacy redenen stopt de gemeente Utrecht met het gebruik van AI-bots zoals ChatGPT, (Open AI), Gemini (Google), Copilot (Microsoft), Grok (xAI), Meta AI (Meta) e.d. 
Gemeente ambtenaren wordt het verboden deze AI-bots nog langer te gebruiken voor het werk.
Daarvoor in de plaats gaat de gemeente Utrecht, net als de Rijksoverheid, gebruikmaken van Vlam-chat of een andere veilig alternatief.

Gemeente Utrecht stopt met het gebruik van X (voormalig Twitter van Elon Musk), Whatsapp, Facebook en Instagram (allen van Meta van Mark Zuckerberg). Daarvoor in de plaats kunnen Signal en Bluesky worden gebruikt.