Eigen inkomen

Iedereen die wil en kan heeft zinvol, betaald werk

EenUtrecht wil dat iedereen, die dat kan en wil, betaalbaar en zinvol werk kan doen. Met steun voor werkzoekenden, waaronder buurtbanen voor langdurig werkzoekenden bij o.a. lokale burger- en buurtorganisaties. Met steun voor kleine en startende (buurt)ondernemers, zoals begeleiding bij de (door)start van de onderneming en in het vinden van betaalbare bedrijfsruimte.

Zo krijgt elke Utrechter een eigen inkomen, waar mogelijk uit betaald werk. 

Onze standpunten en burgervoorstellen

Buurtorganisaties die langdurig werkzoekenden (langer dan één jaar werkloos) in dienst nemen (voor minimaal 24 uur per week) op een ‘buurtbaan‘ ontvangen van de gemeente 65 tot 90% subsidie op de loonkosten (op niveau WML) voor (minimaal) de eerste drie jaar (zo mogelijk langer). De eerste drie maanden kan worden gewerkt met behoud van de bijstandsuitkering (als proefperiode). De buurtorganisatie moet wel aantoonbaar een meerwaarde leveren in buurtwerk, buurtzorg, welzijn, beheren van buurtruimtes, sport en cultuur. De gemeente beoordeelt welke buurtorganisaties deze meerwaarde leveren en zodoende erkend kunnen worden als een werkplek voor deze buurtbanen. De gemeente stimuleert actief langdurig werkzoekenden – vaak op een negatieve manier ‘werklozen’ genoemd – om aan de slag te gaan bij de buurtorganisaties die erkend zijn. Vaak zal het ook gaan om Utrechters die al enige tijd als vrijwilliger onbetaald werkzaam zijn bij een buurtorganisatie. Op deze manier moeten zeker 1.000 Utrechters aan betaald werk kunnen komen op een buurtbaan bij een buurtorganisatie. Het gaat dan om ongeveer 200 organisaties met gemiddeld 5 medewerkers op een buurtbaan per organisatie. Bovendien kan de gemeente aanvullend – op vergelijkbare wijze – nog eens 1.000 extra banen creëren bij de eigen organisatie of bij onderwijs- en zorginstellingen, als ook bij nutsbedrijven, met steeds als selectiecriterium ‘aantoonbare meerwaarde voor buurt of stad’.

Alle Utrechters met een bijstandsuitkering die minimaal 12 uur per week onbetaald werk doen, ofwel zogenoemd ‘vrijwilligerswerk’, hoeven niet meer dagelijks verplicht te solliciteren als zij dit doen bij een door de gemeente erkende (buurt)organisatie voor startbanen. Dit vrijwilligerswerk wordt als een ‘tegenprestatie‘ gezien voor het ontvangen van de uitkering en als een opstart naar mogelijk betaald werk. Onbetaald werk kan namelijk een ‘startbaan‘ zijn voor betaald werk. De gemeente zal (buurt)organisaties die dat willen beoordelen of zij voldoen aan de eisen om te worden erkend als een organisatie geschikt voor startbanen. De belangrijkste eisen zijn: dat het werk een meerwaarde heeft voor de buurt of de stad en dat aantoonbaar de (buurt)organisatie probeert om het onbetaalde werk te laten aansluiten op betaald werk. Zolang wettelijk nodig moet wekelijks minimaal één keer worden gesolliciteerd op een betaalde baan. Dit moet ook kunnen gelden voor Utrechters met een WW en een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De gemeente gaat dat bepleiten bij de rijksoverheid en het UWV zodat ook voor deze Utrechters gaat gelden: vrijwilligerswerk wordt niet afgestraft maar gewaardeerd. Zo gaan een paar duizend Utrechters kunnen werken op zinvolle erkende startbanen.

Voor Utrechters met een arbeidsbeperking, die een beperkt aantal uren per week kunnen werken of met een beperkte productiviteit (beperkte loonwaarde) gaat de gemeente zich extra inzetten, zodat deze Utrechters een kans krijgen op werk in zogenoemde ‘plusbanen‘, met een passende betaling. Utrechters die vanwege een arbeidsbeperking niet in staat zijn het minimumloon te verdienen staan geregistreerd in het zogenoemde ‘doelgroepregister’. De gemeente gaat actief na wie een uitkering heeft en ten onrechte nog niet is opgenomen in dit doelgroepregister. Naar schatting gaat het in totaal om ca. 4.000 Utrechters. Alle Utrechtse werkgevers worden door de gemeente benaderd om deze Utrechters (tijdelijk) in dienst te nemen. Om dit extra te stimuleren wordt in het eerste jaar van een plusbaan standaard 70% loonkostensubsidie (LKS) betaald (door de gemeente), als compensatie voor de beperkte loonwaarde van de werknemer. In dat eerste jaar moet blijken wat de werkelijke loonwaarde van de betrokken werknemer is. Organisaties en bedrijven die minimaal 5% werknemers met een beperkte loonwaarde langdurig in dienst hebben (langer dan een jaar), worden door de gemeente bij de inkoop van diensten beloond met een voorkeursbehandeling. Daarmee kunnen minimaal enkele honderden mogelijk 1.000 extra banen worden gerealiseerd voor Utrechters met een beperkte loonwaarde, waarvan enkele honderden bij de gemeente (en nutsbedrijven) zelf.

Utrechters die een bijstandsuitkering ontvangen en (nog) niet (direct) aan de slag kunnen in een ‘startbaan’, ‘plusbaan’ of ‘buurtbaan’ ontvangen de uitkering grotendeels als ‘basisinkomen’, namelijk voor 80% van de uitkeringssom, waar geen tegenprestatie voor nodig is. De overige 20% van de uitkeringssom is een ‘prestatie-uitkering’ waar de uitkeringsgerechtigde een tegenprestatie voor moet leveren, zoals het minimaal wekelijks solliciteren op een reguliere baan en het gericht en actief meedenken en mee zoeken naar een startbaan (minimaal 12 uur per week vrijwilligerswerk als tegenprestatie), plusbaan (bij een beperkte loonwaarde) of buurtbaan (minimaal 24 uur per week in loondienst bij een erkend buurtorganisatie, gemeente, onderwijs- of zorginstelling of nutsbedrijf). Als dat onvoldoende gebeurt verliest de uitkeringsgerechtigde (na één schriftelijke waarschuwing) zijn 20% prestatie-uitkering voor de duur van minimaal 6 maanden.

De stad Utrecht trekt miljoenen uit voor het stimuleren van innovatieve ‘start-ups’ en ‘scale-ups’. Een vergelijkbare aanpak voor kleine en startende traditionele ondernemers is er niet. Dat moet anders. Sterker nog, vooral de traditionele ondernemers (‘opstarters’ en ‘opschalers’), zoals een pizzabakker of een klusbedrijf, hebben steeds meer moeite met het vinden van een betaalbare bedrijfsruimte, het (her)starten of opschalen van het eigen bedrijf en het beslechten van alle regels. De huidige regeling voor parttime ondernemen (PTO) is een mooi begin maar voorziet nog onvoldoende in deze vraag. Belangrijk is dat de gemeente Utrecht gaat erkennen dat kleine en startende traditionele ondernemers, zoals de pizzabakkers en de klusbedrijven, cruciaal zijn voor onze lokale economie en werkgelegenheid en daarom een vergelijkbare ondersteuning verdienen als de innovatieve starters en scale-ups in Utrecht.

De inzet van de gemeente Utrecht richt zich op het creëren van werk voor zowel lager c.q. praktisch geschoolden als ook voor hoger opgeleiden c.q. theoretisch geschoolden in de stad. Dus zowel voor bedrijven en organisaties die als starter en groeier actief zijn met de meer traditionele producten en dienstverlening zoals lunchrooms, loodgieters en kappers. Als ook voor degenen die dat doen met innovatieve producten of diensten, de zogenoemde ‘start-ups’ en ‘scale-ups’, vaker actief in de ICT, de game-industrie of biotechnologie. Het huidige beleid van het stadsbestuur richt zich alleen op de laatste, inclusief een subsidieregeling om hen te helpen met (gratis) ruimte, begeleiding en netwerk. Dat moet anders, want deze ‘start-ups’ en ‘scale-ups’ zorgen voor relatief minder banen en zijn niet echt aan de stad verbonden (verhuizen net zo makkelijk naar Amsterdam of naar India). Alleen de mate waarin bedrijven en organisaties bijdragen aan de werkgelegenheid bepaalt de mate waarin de gemeente stimuleert en zo nodig ondersteunt. Dus niet langer meer alleen aandacht en geld voor de innovatieve ‘start-ups’ en ‘scale-ups’, maar juist ook voor de meer traditionele (buurt)ondernemers.  

Utrechters die een lokale onderneming willen starten als ‘buurtondernemer’ (een onderneming met producten of diensten en werkgelegenheid voor de stad), in het bijzonder degenen die nu nog een uitkering hebben (bijvoorbeeld een Bbz uitkering), worden actief ondersteund met een ‘startbudget voor buurtondernemers’ van de gemeente, waarmee zij bij derden ondersteuning kunnen inkopen voor het (door)starten of uitbreiden van de eigen onderneming, bijv. voor de coaching in de aanpak van de onderneming zelf of in het beslechten van lastige en/of knellende regels. Daarnaast gaan we deze lokale vaak kleinere (buurt)ondernemers ondersteunen in het zoeken en vinden van betaalbare bedrijfsruimte, zo mogelijk in de vorm van een subsidie (van orde grootte 50%) voor de huurkosten in het startjaar. Ten slotte gaan we het netwerk van deze traditionele buurtondernemers ondersteunen door o.a. meer te investeren in begeleidende organisaties zoals DOK030 en Power by Peers, eigen zelforganisaties te bevorderen, bijv. in de vorm van sociale coöperatieven en door studentenbedrijven te steunen die laagdrempelig en goedkoper veel van deze opstarters en opschalers kunnen helpen in bijv. de (financiële) administratie.

Alle bemiddeling van werklozen naar betaald werk gaat niet langer meer plaatsvinden bij de overheid of door de gemeente ingeschakelde instellingen of re-integratiebedrijven, maar wordt volledig overgenomen door werkgevers en werkgeversorganisaties actief in Utrecht, zodra zij dit willen en goed kunnen overnemen. Werkgevers kunnen veel beter dan de overheid inschatten wie waar kan werken, zo blijkt ook uit enkele interessante voorbeelden elders in het land. Zo moeten zeker enkele honderden Utrechters eerder en beter aan betaald werk kunnen komen.

Want is betaald werk wel altijd zinvol? Opvallend genoeg vindt naar schatting 40% van de mensen (deels) van niet. Tegelijkertijd zijn er velen die onbetaald werken, zogenoemd ‘vrijwilligerswerk’, dat zij wel als zeer zinvol ervaren. Het is een ontwrichtende paradox in onze samenleving en die moet aangepakt. Als iemand vindt dat het eigen onbetaalde (vrijwilligers)werk zinvol is, dan is dat zo. Als anderen dat ook vinden, dan is het terecht dat we er wél voor gaan betalen, vooral als iemand er een groot deel van de week mee bezig is (bijvoorbeeld meer dan 12 uur per week), nog geen pensioen heeft en ook niet zelfstandig kan leven van een eigen financieel vermogen. In Utrecht kunnen we de arbeidsmarkt nieuw vormgeven door van veel zinvol onbetaald (vrijwilligers)werk betaald werk te maken, als de Utrechters dat ook zelf graag willen. Én door ruimte te geven aan Utrechters, die het eigen betaalde werk (deels) zinloos vinden en dat met hen te veranderen naar wél zinvol werk.

Iedereen werkzaam als ambtenaar bij de gemeente die vindt dat zijn of haar werk onvoldoende zinvol is omdat het te weinig betekenis heeft voor bijvoorbeeld bewoners en ondernemers in de stad krijgt de ruimte om daar mee aan de slag te gaan en na te gaan hoe het eigen werk burger- en buurtgericht(er) kan worden. Dat wordt binnen de gemeente actief gestimuleerd en ondersteund. Daarmee gaat de gemeente een voorbeeld zijn voor andere organisaties en bedrijven in de stad.

Inhuur van externen gaat vaak voorbij aan wat ambtenaren zelf kunnen. Minder externe inhuur bij de gemeente geeft ambtenaren de ruimte om eigen talenten in te zetten en te ontwikkelen. Daarmee wordt het eigen werk (nog) zinvoller. Bijvoorbeeld door ambtenaren zelf een onderzoek uit te laten voeren in plaats van dat uit te besteden aan een extern bureau of door ambtenaren zelf een buurtinitiatief te laten begeleiden in plaats van dat te beschrijven in een beleidsrapport. Bovendien: inhuur kost vaak onnodig veel geld. Dus door alleen uit te besteden als dat strikt noodzakelijk is, kan tegelijkertijd veel geld bespaard.

Het inzetten van ervaringsdeskundige medewerkers, vooral in het sociaal domein, is cruciaal. Niet alleen tijdelijk als stagiaire of op een leerwerkplek of als onbetaalde vrijwilliger, maar juist ook als betaalde professional. Een organisatie, zoals een afdeling werk en inkomen van de gemeente of een buurtteam, heeft namelijk enorm veel baat bij een team van medewerkers waarin ook mensen zitten die als ervaringsdeskundige een persoonlijke ervaring hebben die vergelijkbaar is als die van de (hulp)vragers of cliënten. Een ervaringsdeskundige kan invoelen waar de (hulp)vrager of cliënt mee zit. Iemand die bijv. zelf in de problematische schulden heeft gezeten (of nog zit) weet dat dit een situatie kan zijn die een ieder kan overkomen en wat het dan betekent en hoe het voelt om stress te hebben van dergelijke schulden. Daarom is het nodig dat (veel) meer werkplekken worden gereserveerd bij de gemeente en organisaties die werken in opdracht van de gemeente (in het bijzonder in het sociaal domein) voor ervaringsdeskundigen.

Veel schoolgebouwen in Utrecht voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. De Utrechtse Rekenkamer vindt dat de gemeente te weinig zicht heeft op wat er moet gebeuren. Dat inzicht moet dus eerst beter, daarna slim investeren in wat echt nodig is. Daarnaast is het belangrijk dat schoolpleinen groener worden, waar nodig in het kader van een gemeentelijke aanpak voor het vergroenen van de wijk.

Utrechters betalen nu al gemiddeld 25% meer aan lokale (gemeentelijke) belastingen in vergelijking met andere Nederlandse gemeenten. Mede om die reden mag die belastingdruk niet verder meer stijgen. Utrecht is voor bewoners, object/pandeigenaren en ondernemers al duur genoeg. Alleen in het uiterste geval, mogen de lokale belastingen nog iets omhoog (zoals de OZB: de lokale belasting op woningen en niet-woningen), maar voorlopig is er in de totale begroting nog voldoende ruimte om datgene te financieren waar de stad echt behoefte aan heeft. Sterker nog, op enkele plekken kan zelfs nog iets meer geïnvesteerd omdat dit hard nodig is. Dat kan dan nog steeds bij een sluitende begroting (zonder tekorten) en zonder de lokale belastingen voor de bewoners en ondernemers te verhogen, namelijk door effectiever te werken als gemeente en minder geld te steken in onnodige (mobiliteits)projecten en het zuiniger onderhouden van gemeentelijke infrastructuur en gebouwen. Dat dit kan wordt zichtbaar in de tegenbegroting van EenUtrecht 2026-2030.

De Onroerend Zaak Belasting (OZB: belasting voor woningen en niet-woningen) is relatief aan de hoge kant in Utrecht. Huiseigenaren betalen orde grootte al 50% meer dan gemiddeld Nederland (de WOZ-waarde van de woning meetellend, keer OZB-tarief) en ondernemers nog veel meer, wat vooral funest is voor veel kleinere lokale (buurt)ondernemers. Noodgedwongen kan dat niet anders, gelet op de enorme opgaven waar de gemeente voor staat en omdat het Rijk onvoldoende financiering vrijmaakt voor al die broodnodige voorzieningen. Het verder verhogen van de OZB daarentegen is onwenselijk. Het eerlijke verhaal is wel dat er één uitzondering op is, namelijk als het Rijk nog verder bezuinigd op middelen voor de broodnodige voorzieningen in de stad (sociaal en milieu). In dat geval mag de gemeente alsnog een (bescheiden) verhoging van de OZB overwegen.

Utrechters betalen voor diverse vergunningen een zogenoemde ‘lege’, zoals voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld het bouwen van een dakkapel. Die leges dienen kosten dekkend te zijn (voor de gemeentelijke kosten van vergunningverlening, toezicht en handhaving.

De toeristenbelasting in Utrecht ligt nu op 10% van de overnachtingsprijs, maar moet worden verhoogd naar 12,5%, net als in Amsterdam. Daarmee kan de stad zaken financieren die hard nodig zijn in de openbare ruimte waar ook de toerist veel gebruik van maakt.