Groene en buurtgerichte groei

Een stedelijke groei die past bij bestaande buurten én groen en honderd procent duurzaam is

EenUtrecht wil een groei van de stad die voorziet in een regionale behoefte aan woningen, altijd wél leefbaar en waar mogelijk kleinschalig, altijd passend bij de al bestaande buurten. Dat betekent ook sneller en meer bouwen in de polder, met meer woningbouw in een Groot Rijnenburg, om zo de stad te ontlasten. En in de stad zelf als het past bij de buurt. Leefbaar groeien: met meer bomen, groen en voorzieningen (per woning) in plaats van minder. Meer  bewoners, meer verkeer, maar wel met voorrang voor voetganger en fietser, ruimte voor OV en het intensief aanpakken van verkeersonveilige plekken. 

Zo blijven de buurten van nu en de nieuwe woonwijken van morgen leefbaar én groeien het groen en de voorzieningen voldoende mee met de groei van het aantal woningen.

Onze standpunten en burgervoorstellen

Ruimte en groei

Een stad wordt ook ongezond als Utrechtse buurten geen eigen gezicht meer hebben of houden. Zuilen is Zuilen, Vleuten is Vleuten en Lunetten is Lunetten; dat zijn Stadsdorpen met een eigen naam en gezicht (identiteit), een eigen geschiedenis en verhaal (wortels) en een eigen menselijke maat (niet te groot, niet te klein). Een Stadsdorp versterkt het onderlinge gevoel van samen één buurt zijn, elkaar eerder opzoeken en elkaar eerder ook daar waar nodig ondersteunen en je samen inzetten voor een veilige en prettige buurt. Stadsdorpen zorgen zo samen voor een gezonde stad.

Kleinschaligheid in buurten is belangrijker dan grootschalige stedelijke groei. De ‘Ruimtelijke Visie Utrecht 2050: Groei passend bij mensen en buurten. Niet andersom. (april 2025)’ van EenUtrecht gaat uit van bestaande buurten als basis van de stad. De kleinschalige buurt is daarmee ook leidend voor de verdere ontwikkeling van onze stad. De ‘buurtstructuur’ is daarin ook belangrijker dan die van de zogenoemde groenstructuur of de mobiliteitsstructuur. De buurten samen zijn een netwerk die één Utrecht maken. 
EenUtrecht wil dat de gemeente niet alleen obstakels wegneemt (zoals het stadsbestuur dat wil) maar écht een stap verder gaat en de buurten en centra sterker verbindt. Dat moet uitgewerkt in een Buurtnetwerkprogramma met o.a. benodigde functies met niveaus per buurt en de onderlinge bereikbaarheid.

Elke buurt biedt zo veel als mogelijk passende woningen voor álle Utrechters, van alle culturen, inkomens en achtergronden; die hier willen blijven wonen, ondernemen, werken, studeren of een veilige (asiel)plek zoeken. In elke buurt zijn de belangrijkste basisvoorzieningen aanwezig, zoals een winkelcentrum, ruimte voor buurtzorg,  basisonderwijs (met lokale buurtscholen), plekken voor buurtondernemers, sociaal-culturele buurtcentra en ruimte voor sport en spel. Daarnaast wordt geïnvesteerd in een voor iedere buurt markant zichtbaar speciaal gebouw, park, plein of icoon.

Elke buurt (of wijk) heeft zichtbaar plekken waar (burger- en buurt)gemeenschappen kunnen ontmoeten, zelf de publieke ruimte beheren en zich goed kunnen organiseren. Diverse en zelfstandige buurten zijn nog niet stevig genoeg verankerd in de RSU 2040 en de Stedenbouwvisie 2040 van het stadsbestuur. Daarom wil EenUtrecht dat de gemeente dit verder uitwerkt in een Buurtinvesteringsprogramma. Dat kan vanuit bestaande financieringsprogramma’s.

Een gezonde stad vereist een menselijke maat, kleinschalige buurten en een groei die daar rekening mee houdt. Ons stadsbestuur wil per sé keihard groeien en woningen bouwen voor veel meer dan alleen de woningzoekende Utrechters, vastgelegd in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040, afgekort RSU2040. Hoofdzakelijk nieuwbouw in enkele nieuwe stadscentra; met stedelijke dichtheden die nergens nog in Nederland voorkomen. Dit terwijl er genoeg voorbeelden zijn die laten zien dat heel dicht op elkaar of intensief boven elkaar wonen niet bijdraagt aan een leefbare buurt. Steeds meer kritische experts in de bouwwereld laten weten dat hoogbouw het sociale en fysieke klimaat zelfs verziekt. Dus die onbegrensde groei moet van tafel.

Stel nadrukkelijk grenzen aan stedelijke groei, bijv. door alleen die groei mogelijk te maken die nodig is voor het huisvesten van Utrechters die hier werken, studeren, willen blijven wonen en een veilige plek zoeken. De huidige inzet van het stadsbestuur met een groei tot 2040 van ca. 50.000 woningen en 100.000 nieuwe inwoners erbij (26% in 15 jaar) moet van tafel. Bestaande afspraken hierover met het Rijk moeten herzien. Als we willen kan Utrecht kleinschalig groeien en volstaan met een gezonde ‘natuurlijke groei’ van onze stad tot 2040 van maximaal 20.000 tot 30.000 nieuwe woningen (en max. ca. 60.000 nieuwe inwoners; 16% in 15 jaar). Alleen zo blijft Utrecht betaalbaar, groen en leefbaar.

Het aantal woningzoekenden is enorm in Utrecht. Tienduizenden Utrechters die hier studeren, werken of willen blijven wonen zoeken al jarenlang betaalbare woonruimte. Dat lukt te vaak niet en noodgedwongen verhuizen velen naar ver weg buiten de stad. Dus: groeien ja, maar wel passend bij mensen en buurten. Dat betekent dat de nieuwbouw in de stad zelf alleen kan als het niet ten koste gaat van het groen, de gemeenschappelijke openbare ruimte en de leefbaarheid van buurten. Dat is nu niet zo. Met de huidige nieuwbouw(plannen) in de stad neemt het groen per woning steeds verder af en de voorzieningen blijven achter bij de groei zelf. De conclusie is dat we veel meer haast moeten maken met nieuwbouw vlakbij, maar dan net direct buiten de stad. Dat kan prima in de Rijnenburgerpolder. Maar het huidige stadsbestuur en de coalitie van GL/PvdA, D66, CU en S&S staat hier nu op de rem en wil een Klein(er) Rijnenburg aanleggen, met max. 22.000 tot 25.000 woningen vanaf 2035. Maar het moet veel eerder met een start vanaf 2030 uit te werken in een Plan Groot Rijnenburg voor ca. 30.000 tot 35.000 woningen in een veel groter deel van de beschikbare polder. Dus sneller en meer bouwen in het groene buitengebied van de gemeente Utrecht, maar dan wel in een groen landbouwgebied zoals de Rijnenburgerpolder én niet in groen ecologisch natuurgebied zoals bij Amelisweerd.

Metrolijnen zijn mogelijk alleen nodig in Utrecht als de stad blijft kiezen voor een megalomane groei van nog eens 100.000 inwoners erbij tot 2040; ofwel een complete nieuwbouwwijk erbij met de omvang van het nieuwe Leidsche Rijn en vergelijkbaar met een complete stad als Delft. En dat moet dan ook nog eens grotendeels tussen bestaande woningen en buurten ingebouwd worden – in 20 jaar tijd, sneller dan de bouw van Leidsche Rijn in een open agrarisch gebied. In plaats van miljarden te investeren in metrolijnen kan dat geld beter geïnvesteerd in het verbeteren van de leefbaarheid van bestaande buurten, in een gezonde betaalbare groene en duurzame groei van de stad én in het zo veel mogelijk verdiept aanleggen van de bestaande Noordelijke Randweg Utrecht zodat de bewoners in Overvecht over een aantal jaren geen ‘autobaan op palen’ achter de deur krijgen met alle stank en overlast van dien. Voor het ontsluiten van Groot Rijnenburg en Groot Merwede is een peperdure metrolijn alleen te overwegen als blijkt dat het alternatief met twee veel goedkopere tramlijnen niet haalbaar is.

Nieuwbouw is in beginsel een paar verdiepingen hoger dan de huizen die er al staan, zo vindt ook 76% van de Utrechters (inwonersenquête 2023). Hoger bouwen kan alleen als ook de buurt daarmee kan instemmen. Overigens: hoogbouw boven de 50 meter (16 tot 18 verdiepingen of woonlagen) is niet duurzaam, niet energiezuinig, niet efficiënt en drijft de prijzen per m2 onnodig (verder) omhoog. Efficiënt bouwen met zo veel mogelijk woningen per hectare erbij betekent bouwen tot maximaal 6 à 8 woonlagen (18 tot 24m). Een leefbare dichtheid betekent in Utrecht dat we 50 tot maximaal 100 woningen per hectare bouwen. In de nieuwe centra zijn enkele bouwtorens toegestaan tot maximaal 50 meter. Bij hoge uitzondering kan het hoger; maar alleen met instemming van de gemeenteraad. Dat sluit aan bij de kritische mening van Utrechters over hoogbouw (inwonersenquête 2023): 54% accepteert slechts op enkele plekken gebouwen van hoger dan 70 meter; 46% is daarop tegen.

Milieu

Een gezonde leefomgeving begint bij voldoende groen waar iedereen kan ontspannen en genieten van de natuur. Bomen zijn tegelijkertijd wezenlijk om de stad te verkoelen en groen zorgt voor het opvangen van regenwater. Dus al het bestaande groen moet blijven en waar mogelijk uitgebreid.
Dat betekent bijvoorbeeld dat elke gekapte boom moet worden vervangen door het nieuw planten van een gelijkwaardige boom binnen een afstand van 500 meter van de gekapte boom met een stamomtrek van tenminste 80% van de gekapte boom. Of anders herplant van meerdere bomen zodat de opgetelde stamomtrek alsnog op 80% uitkomt.  Voordat nieuwe kapvergunningen worden afgegeven moeten alle herplantverplichtingen uit het verleden vanaf het jaar 2018 zijn nagekomen. Bij noodkap geldt de verplichting om een vervangende boom te planten met een stamomtrek van tenminste 40% van die van de gekapte boom.

Een groen gebied als Amelisweerd mag zeker niet kleiner worden en de door de Rijksoverheid geplande verbreding van de A27 ten koste van Amelisweerd moet daarom direct van tafel. Daarmee besparen we ook nog eens 1,5 miljard euro die we veel beter kunnen besteden. Bovendien zijn er slimmere oplossingen voor de A27 – zonder verbreding – binnen de bestaande tunnelbak (met 80 km/u i.p.v. 100 km/u) waarmee zelfs de capaciteit van de A27 kan toenemen.

EenUtrecht wil een stad waar o.a. de strengere WHO-richtlijnen voor schone lucht leidend zijn, voor alle buurten in de stad, dus zowel voor de binnenstad als voor alle andere wijken. Dat is nodig omdat iedereen in de stad graag in gezonde lucht wil kunnen leven, óók degene die toevallig dichtbij een autoroute woont of nabij een vervuilend bedrijf. Een goede gezonde luchtkwaliteit kan niet zonder aanvullende milieumaatregelen en investeringen van gemeente, bedrijven en particulieren. De extra kosten die de gemeente zal moeten maken worden zo veel mogelijk ‘verhaald bij de vervuiler’. Indien onvermijdelijk worden de extra investeringen voor een gezond milieu aanvullend gefinancierd door de gemeentelijke belastingen te verhogen.

Utrecht wil terecht bijdragen aan een beter klimaat; o.a. door te investeren in klimaatvriendelijke en duurzame energie. Dat kan uitstekend met bijv. zonnepanelen (vooral op daken) en in beperkte mate met windmolens. Windmolens hebben namelijk enkele belangrijke nadelen als ze worden gebouwd dichtbij woningen. Zo is er het risico op schadelijke gevolgen voor de gezondheid van omwonenden (vooral psychische klachten, zoals stress, burn-out en depressie of slaapstoornissen) veroorzaakt door de bromtonen, ofwel het laagfrequentiegeluid van de molenwieken. Hier bleken aantoonbaar omwonenden last van te hebben bij een windmolenpark in Groningen. In delen van Duitsland is dat de reden waarom windmolens op minimaal tien keer de tiphoogte (hoogte incl. opstaande molenwiek) van woningen af moeten staan. Dat betekent dat bij windmolens van 200 meter hoog de afstand tot woningen minimaal 2 km moet zijn. Daarmee komt het windmolengeluid niet boven de 35 decibel uit (vrijwel stil). Daarnaast zorgen windmolens voor een hinderlijke slagschaduw. Als slagschaduw op het raam van een woning valt kan dat als hinderlijk worden ervaren. Vooral de wisseling tussen wel en geen schaduw ergert mensen.

EenUtrecht is een groot voorstander van windmolens, maar dus met één voorbehoud, namelijk wel op een ‘gezonde afstand’ van Utrechtse woonwijken. Het stadsbestuur heeft (met steun van de coalitiepartijen GL/PvdA, D66, CU en S&S) in 2024 de bouw van vier windmolens goedgekeurd. Deze windmolens worden 270 meter hoog en worden gebouwd in de Rijnenburgerpolder (mogelijk al in 2027) op nog geen 500 meter van de nieuw geplande woonwijk Rijnenburg en op minder dan 800 meter van het huidige Leidsche Rijn – De Meern. Dat besluit moet teruggedraaid, want er kunnen wel windmolens in Utrecht worden gebouwd, maar dan alleen als de afstand tussen windmolen en woonwijk minimaal 4x de (tip)hoogte van de windmolen is. Dat voorkomt het risico op ernstige of hinderlijke overlast van hoorbaar bladgeluid (aerodynamisch), pulseergeluid (amplitude-modulatie: het ‘flap-flap’ geluid), het voelbare laagfrequente geluid en van de slagschaduw. Dat betekent dat er in de Rijnenburgerpolder alleen windmolens kunnen komen van maximaal 125 meter hoog. Het stadsbestuur heeft ook hele hoge windmolens gepland op Lage Weide, op 400 meter van woningen in Zuilen. De belangengroep ‘Buren van Lage Weide’ is hier terecht fel op tegen. De windmolens komen namelijk véél te dicht op de woningen te staan (namelijk binnen de grenswaarde van 4x de tiphoogte).

Mobiliteit

Een gezonde leefomgeving heeft baat bij meer ruimte voor voetganger en fiets. Dat betekent dat waar nodig dit ten koste mag gaan van de ruimte voor de auto. Het openbaar vervoer in de stad verdient ook alle ruimte; de tram en de elektrische bus krijgen voorrang op de auto. Milieuvervuilende auto’s moeten geweerd uit de stad en stapsgewijs mogen deze normen verder worden aangescherpt. De bestaande milieuzone kan worden uitgebreid naar álle wijken; want alle wijken hebben net zo veel recht op schone lucht als de Binnenstad. Een kosten-effectrapportage over de huidige milieuzone moet laten zien of dit ook blijvend een nuttige maatregel is. Wel dient er in ieder geval nog ruimte te komen voor een ontheffingsregeling voor die Utrechters die afhankelijk zijn van de auto vanwege zorg of werk.   
In Utrecht geldt bovendien vanaf 2026 een verbod op reclames voor fossiele brandstof; mede dankzij steun van EenUtrecht daarvoor in de gemeenteraad. Daarmee geeft de gemeente een signaal af, het stimuleren van fossiele brandstof moet je als overheid geen ruimte geven, eerder ontmoedigen. Hard nodig in een tijd waarin het voortdurend maar slechter gaat met ons klimaat en we echt alles op alles zullen moeten om voor latere generaties nog te kunnen zorgen voor een leefbare en duurzame wereld.

Betaald parkeren voor auto’s kan worden uitgebreid naar álle Utrechtse wijken zodra er sprake is van parkeerdruk in een betreffende wijk; ofwel als bewoners met moeite de eigen auto vlakbij de eigen woning kunnen parkeren. Met als belangrijke voorwaarde dat de buurt zelf met een draagvlakmeting bepaalt of betaald parkeren in de eigen buurt ook daadwerkelijk kan worden ingevoerd. Het betaald parkeren geldt altijd primair voor degenen die buiten Utrecht wonen en in Utrecht werken én voor toeristen/passanten. Bewoners moeten altijd wél tegen een zéér betaalbaar (nihil)tarief zowel een eigen parkeerplek kunnen krijgen als ook een bezoekerspas ontvangen waarmee bezoekers van de bewoners tegen een sterk gereduceerd tarief kunnen parkeren. Het betaald parkeren is uitsluitend en alleen bedoeld om het autogebruik naar Utrecht toe te ontmoedigen in het woonwerk-verkeer en bij toeristen/passanten. Voor hen geldt een verhoogd tarief. Dat is goed voor het milieu, het stimuleert degenen die elders wonen en in Utrecht werken en toeristen/passanten om met het openbaar vervoer te komen én het zorgt er voor dat bewoners in Utrecht beter de eigen auto in de eigen buurt kunnen parkeren.

Van de ca. 150.000 parkeerplekken in Utrecht dienen er volgens het stadsbestuur jaarlijks 750 tot 1.500 plekken te verdwijnen. Die doelstelling is niet zinvol, omdat in een grote en centraal gelegen stad als Utrecht de behoefte groot blijft aan individueel vervoer per auto en we tegelijkertijd meer ruimte willen bieden aan parkeerplekken voor deelauto’s, elektrische auto’s en hybride auto’s. Bij nieuwbouw van woningen zullen ook extra parkeerplekken nodig zijn. Volgens het stadsbestuur zijn 0,3 parkeerplekken per woning wel voldoende, maar daarmee worden vele Utrechters die afhankelijk zijn van een (elektrische) auto de stad uit gepest. Sterker nog, op dit moment telt Utrecht nog ca. 0,95 parkeerplekken per woning. Bij nieuwbouw is een parkeernorm van 0,5 tot 0,8 parkeerplekken per woning wel realistisch. Waar mogelijk zullen sommige parkeerplekken ook plaats kunnen maken voor (meer) groen.

Verkeersveiligheid moet en kan beter in Utrecht. Op enkele plaatsen is het letterlijk levensgevaarlijk. De belangrijkste belangrijkste maatregel om straten verkeersveiliger te maken is het invoeren van een maximumsnelheid van 30 km/uur. Samen met D66, PvdD en CU heeft EenUtrecht in een voorstel (motie 2024/297 ‘Heel Utrecht 30 km/u’) ervoor gezorgd dat in nagenoeg geheel Utrecht 30 km/uur wordt ingevoerd, behalve op enkele grote doorgaande ontsluitingsroutes, dit naar het voorbeeld van Amsterdam (per 2023). De oproep in de motie was om dit in één keer te doen, wel zo duidelijk voor de weggebruikers. Het stadsbestuur daarentegen heeft gekozen voor een stapsgewijze invoering, eerst op straten waar fietsers en auto’s samen van de weg gebruik maken (juli 2026) en daarna pas op straten met aparte fietspaden, pas nadat de weg verkeerstechnisch is aangepast. Dat kan heel lang gaan duren, ten koste van de verkeersveiligheid én de leefbaarheid in de woonwijken. Beter is de motie wél voor alle straten in één keer uit te voeren (in 2026), dus ook voor bijvoorbeeld de Amsterdamsestraatweg (met een vrij liggend fietspad), alleen met uitzondering van de belangrijke grote doorgaande ontsluitingsroutes, zoals bijvoorbeeld voor de Kardinaal de Jongweg. Maar sommige grote doorgaande routes zoals de Biltstraat kunnen weer wel naar 30 km/uur (wordt door het stadsbestuur nog op 50 km/uur gehouden).

De provincie Utrecht is met de gemeenten waaronder Utrecht een regeling gestart in 2025 waarbij een OV-korting geldt voor mensen met een laag inkomen: zij kunnen met 40% korting reizen in de daluren (voor bussen en trams van U-OV).  Kinderen tot 12 jaar reizen gratis. Gemeente Utrecht heeft dat met ingang van 2026 verhoogd naar een 70% korting voor alle U-pas houders (tot 125% van de bijstandsnorm). Een verder gaande korting naar 100% (zoals in Amersfoort) is te overwegen, maar alleen als het niet ten koste gaat van het vrij besteedbare bedrag voor mobiliteit op de U-pas (dat was in 2025 € 105,-) en niet leidt tot hogere lokale belastingen. Utrechters die niet in aanmerking komen voor een U-pas blijven de normale tarieven betalen in het OV.  

Ontvang onze nieuwsbrief