Betere burgerparticipatie

De stad is van iedereen

EenUtrecht wil dat bewoners, buurtondernemers en gebruikers van (buurt)voorzieningen écht invloed krijgen op wat er gebeurt in hun straat, buurt of stad. De Utrechter krijgt meer te zeggen, ook met burgerberaden (met gelote Utrechters) en referenda. Er komen vernieuwde buurt/wijkraden, meer ruimte voor het tegengeluid van belangenbehartigers die opkomen voor juist de kwetsbare ongehoorde stem én een fonds voor onafhankelijke (onderzoek)media en (debat)podia.

Zo ontstaat er meer vertrouwen in de overheid, wordt de kloof tussen gemeente en burger kleiner en de lokale democratie sterker. Meer invloed op gemeentelijke plannen maakt Utrecht eerlijker en hechter en voorkomt ook veel van de nu toenemende (juridische) bezwaren en WOO-verzoeken.

Onze standpunten en burgervoorstellen

Niets is zo frustrerend als ergens iets van vinden en meepraten en merken dat er niets mee wordt gedaan: ‘laat maar, ze doen toch wel wat ze willen’. Utrechters willen gezien en gehoord worden, actief meepraten, meewerken en meebeslissen over de toekomst van de eigen stad. Een passende invloed van Utrechters in initiatieven en projecten van de gemeente zorgt voor meer begrip en steun bij de Utrechters en betere, snellere en goedkopere oplossingen.    

Bij elk project van de gemeente wordt altijd eerst met de direct betrokken Utrechters nagegaan wat het belang voor hen als Utrechters is, hoe zij graag (waarin) betrokken willen worden en wat zij zelf een passende invloed vinden. 

Direct betrokken Utrechters zijn in ieder geval degenen die in of nabij de (project)omgeving wonen, leren of werken. Een passende invloed voor de Utrechters kan zijn dat zij alleen goed geïnformeerd willen worden of willen adviseren, dan wel (op onderdelen) mee willen beslissen als belanghebbende en/of samenwerkingspartner, mogelijk zelfs als (mede) opdrachtgever. Vooral als de gemeente bindende afspraken wil maken met (commerciële en maatschappelijke) marktpartijen in de stad, is het belangrijk om eerst bij de direct betrokken Utrechters na te gaan wat zij er van vinden en wat voor hen een passende invloed is. Zoals bij het Stadsakkoord Wonen een gemeente eerst de bijdrage bij de Utrechters zelf moet ophalen, zoals bij de (vertegenwoordigers van) de huurders, de wooncollectieven en de particuliere vastgoedeigenaren. En pas daarna kan de gemeente aan de slag met partijen als woningcorporaties, beleggers en vastgoedontwikkelaars.

Te vaak komt het nu nog voor dat de initiatiefnemer en/of de gemeente niet alle relevante (en niet bedrijfsvertrouwelijke) informatie deelt met alle lokale belanghebbenden. Het voorbeeld bij Houd Rivierenwijk Leefbaar in het project van de nieuwbouwwijk Merwede is wel heel schrijnend. Soms werd vrijgegeven projectinformatie grotendeels zwart gelakt en vaak kwam de informatie (veel) te laat, zodat tijdig reageren door de lokale belanghebbenden niet (meer) goed mogelijk was. Dat moet écht anders. Iedereen heeft recht op dezelfde informatie, gelijktijdig. Ook dat wordt nu nog niet in de gemeentelijke kaders expliciet geborgd. Daar worden alleen procesmatige zaken beschreven, zonder duidelijke algemene kaders vast te leggen, zoals over het transparant en tijdig delen van alle relevante informatie met alle belanghebbenden. Ook dit vraagt een veel striktere omschrijving van zaken door de gemeenteraad van Utrecht, zodat klip en klaar is dat alle enigszins relevante (en niet bedrijfsvertrouwelijke) informatie met alle partijen direct wordt gedeeld. 

In het voorbeeld van Merwede werden dergelijke verzoeken vanuit de buurt niet gehonoreerd of zelfs genegeerd; zoals het verzoek om de verkeersberekening (van belang voor de onderbouwing van de extra bruggen) nog een keer door een gezamenlijk te betrekken onafhankelijke derde te laten narekenen. Feitelijk gaat het dan om een evaluatie of onderzoek, (mede) in opdracht van lokale belanghebbenden zelf. De eerder genoemde ‘buurtrechten’ (LSA) komen deels in dit voorstel c.q. ‘recht’ terug, namelijk het recht op buurtplanning en het recht op zelfgekozen ondersteuning. 

In het huidige Utrechts Plan Proces wordt te laat en te weinig ruimte geboden voor de gemeenteraad om bepalende kaders vast te stellen voor belangrijke projecten, zowel in gebiedsontwikkeling als bij mobiliteit en openbare ruimte projecten. In die kaders moet ook voldoende zeggenschap/invloed worden vastgelegd voor de Utrechters. Nodig is dat belanghebbende Utrechters (bewoners, buurtondernemers en gebruikers van voorzieningen) aan het begin van elk project de ruimte moet worden geboden om belangrijke eisen in te brengen of eigen plannen voor te stellen. Daarom moet het Utrechts Plan Proces zo worden aangepast dat als belanghebbende Utrechters dat in voldoende mate graag willen zij deze eisen en/of plannen bij de gemeenteraad kunnen indienen en de raad vervolgens de ruimte heeft om belangrijke kaders voor een ruimtelijk project vast te stellen voorafgaand aan de ontwerpfase van het project en waar nodig voorafgaand aan de definitiefase van het project; ongeacht het type project, de omvang er van (aantal gebouwen en/of fysieke omvang van het gebied) of een door derden beoordeelde inschatting van de maatschappelijke gevoeligheid van het project. Een reeds aangenomen amendement van EenUtrecht is een eerste stap in de goede richting, namelijk om bij gebiedsontwikkeling voorafgaand aan het vastleggen van afspraken tussen gemeente met vastgoedpartijen altijd eerst met direct betrokken bewoners af te stemmen en na te gaan hoe de participatie te organiseren.

We draaien het om. Niet meer zoals nu Utrechters altijd informeren en soms laten adviseren of heel soms met hen samenwerken en ze een beslissende stem geven, maar het compleet andersom benaderen. Om te beginnen altijd eerst Utrechters, overal waar dat maar enigszins relevant is, een beslissende stem geven. Altijd wél op die onderdelen waar het de essentie van de eigen buurt of het directe belang van de Utrechters zelf raakt. Alleen als een project van de gemeente overduidelijk geen relevantie heeft voor bijvoorbeeld de direct omwonenden hebben de Utrechters geen beslissende stem en krijgen zij de mogelijkheid om te adviseren of worden zij alleen geïnformeerd. Dat betekent een volstrekt nieuwe aanpak voor de ‘participatie’ in de stad; inclusief extra financiële middelen en ondersteuning voor Utrechters die participeren, mede om er voor te zorgen dat iedereen mee kan doen, vooral ook degenen die tot nu toe weinig of niet meedoen. In de huidige gemeentelijke kaders is sprake van raadplegen, adviseren of co-creëren (het samen met de gemeente ontwikkelen van een plan), maar nergens wordt nog beschreven wanneer en hoe de Utrechters een beslissende stem hebben. Bijv. bij de aanbesteding van een gemeentelijk project aan marktpartijen gaan Utrechters, waar dat relevant is, deelnemen in de marktselectie, als ook bij het opstellen en vaststellen van functionele programma’s van eisen waar het project aan dient te voldoen. Dat alles moet toegevoegd.

De wijkraden zijn afgeschaft in Utrecht (2018) en daar zijn vrijblijvende wijkplatforms voor in de plaats gekomen. Daarmee is elke tegenmacht onder Utrechters door de gemeente feitelijk uitgeschakeld. Nodig is het stap voor stap introduceren van gemeenschapsraden per buurt of wijk, daar waar Utrechters lokaal dat graag willen. Een gemeenschapsraad kan gevraagd en ongevraagd de gemeenteraad en het stadsbestuur adviseren. Des te meer draagvlak de gemeenschapsraad kan creëren in de buurt, des te zwaarder het advies van een gemeenschapsraad weegt. Er is dan ook geen dominant groepje meer wat het bepaald voor de rest. Bovendien kan elke groep een gemeenschapsraad worden: buurtbewoners en buurtondernemers, een Wijkplatform of een wijkcoöperatie. Sommige Wijkplatforms zijn al een soort gemeenschapsraad en kunnen daar naartoe doorgroeien; alleen weer als ze dat willen.
Een gemeenschapsraad heeft verschillende rechten, die groter worden als zij kunnen aantonen veel draagvlak te hebben in de buurt. Bijvoorbeeld het recht om mee te beslissen over de budgetten voor je eigen straat of buurt of het recht op regie over het initiatievenfonds voor jouw buurt. Dat wordt nu besloten door ambtenaren. Iedere gemeenschapsraad heeft in ieder geval het recht op ondersteuning, voor o.a. een klein budget om peilingen in de buurt te organiseren. Voor het organiseren en goed ondersteunen van gemeenschapsraden wordt in Utrecht een nieuwe regeling vastgesteld; mede geïnspireerd op basis van goede voorbeelden uit binnen- en buitenland.
Het voorstel van EenUtrecht voor het starten van gemeenschapsraden is reeds uitgewerkt.

In een ‘Democratisch Akkoord’ (initiatief EenUtrecht 2022) organiseer je als gemeenteraad een continue gesprek met Utrechtse initiatiefnemers en bewonersorganisaties op basis van enkele met elkaar opgestelde principes over hoe we alle Utrechters meer invloed kunnen geven; dit in aansluiting op eerdere initiatieven vanuit de stad hiertoe.
Veel actieve Utrechters willen ook méér invloed én zijn niet tevreden met de huidige aanpak van de gemeente Utrecht; sommigen zijn zelfs zwaar teleurgesteld en vinden de huidige aanpak ‘een stap terug in de tijd’. Een grote groep actieve Utrechters, onder wie vele initiatiefnemers van diverse burger- en buurtorganisaties, heeft samen met enkele gemeenteraadsleden de ‘Utrechtse Principes voor samen stad maken’ opgesteld (2019).
Deze zijn door de gemeente Utrecht tot op heden (nog) niet geadopteerd als de basis voor de participatie en zeggenschap in onze stad. In deze ‘Utrechtse principes’ wordt, als het gaat over burgerparticipatie, o.a. gepleit voor een gelijkwaardig speelveld, met bijv. de oproep aan de gemeente om ‘transparant te zijn over bijv. grondpolitiek en vastgoedbeleid’, dat ‘bij strategische afspraken met marktpartijen en grote instituties als norm bewoners als volwaardige partij aan tafel zitten’ én om in te zetten op ‘buurtrechten’. Met die laatste wordt verwezen naar de buurtrechten zoals door het LSA beschreven en gepromoot, waaronder – relevant bij burgerparticipatie – het ‘recht op buurtplanning’ (de buurt heeft het recht zelf het voortouw te nemen bij de inrichting van de eigen wijk, buurt, straat of plein), het ‘recht op een open overheid’ (buurtbewoners zijn altijd tijdig op de hoogte en snappen wat er gezegd wordt) en het ‘recht op zelfgekozen ondersteuning’ (met geld van de overheid).

Een mooi recenter initiatief is dat van het Utrechtse Stadsmanifest (2025) waarin meer dan 200 actieve Utrechters en bewonersorganisaties in een gezamenlijk manifest 18 wensen over groen, sociaal, ruimte en participatie hebben gedeeld met de gemeente. Dankzij een motie van EenUtrecht is dat manifest omarmd door de gemeenteraad en is er een gezamenlijk gesprek gestart van raadsleden en ambtenaren en Utrechters die mede het manifest hebben opgesteld.
Het is een start voor meer invloed van Utrechters, meer democratie dan alleen het elke vier jaar één keer kiezen van een gemeenteraad.

Één keer in de vier jaar in gemeenteraadsverkiezingen stemmen is een ’te magere democratie’. Aanvullend zijn burgerberaden en referenda hard nodig, ze leiden tot meer draagvlak voor moeilijke besluiten, vaak ook tot betere oplossingen én burgers voelen dat ze invloed hebben op de lokale politiek. Dat alles verkleint de kloof tussen burger en overheid, de democratie wordt er sterker van. Daarom moet er regelmatig geld zijn voor burgerberaden en referenda, zowel op stedelijk als op het niveau van een buurt of wijk. Het gaat dan over vragen/dilemma’s en bijbehorende besluiten die veel impact hebben op het dagelijks leven en de eigen leefomgeving van de Utrechters, soms ook over zaken waar de gemeenteraad niet of moeilijk uitkomt.

Burgerberaden zijn een deel van de oplossing. Bij een burgerberaad worden met een representatieve groep van ingelote Utrechters (bijvoorbeeld 100-200) in enkele sessies (5-10x) oplossingen bedacht op een belangrijke en urgente vraag/dilemma, ondersteund door een onafhankelijk procesbegeleider en in te schakelen experts. Bij een burgerberaad spreekt de gemeenteraad vooraf uit dat zij zal instemmen met de uitkomsten. Na het eerste en tot dusverre eenmalige Utrechtse burgerberaad in 2023-24 (over het afsteken van vuurwerk bij oud en nieuw) is er door het stadsbestuur en de coalitie van GL/PvdA, D66, CU en S&S geen geld gereserveerd voor een volgend burgerberaad. Dat moet echt anders. Jaarlijks is minimaal één burgerberaad nodig en zeker één keer in de twee jaar een referendum.

Een voordracht van de gemeenteraad voor een nieuw burgemeester gaat vanaf nu alleen nog plaatsvinden op basis van een verkiezing onder alle kiesgerechtigde Utrechters. Daarbij moeten Utrechters kunnen kiezen uit minimaal twee onderscheidende kandidaten. Wethouders worden alleen gekozen als ze ook daadwerkelijk op een kieslijst van een Utrechtse partij hebben gestaan.

Een overheid moet zijn eigen tegenmacht willen en durven organiseren. De gemeenteraad moet dat vastleggen en dat gebeurt nu onvoldoende. Zo wordt er, als het aan het huidige stadsbestuur ligt, vanaf 2026 bezuinigd op de ‘Stem van Utrechters’. Daarmee ondersteund de gemeente meerdere belangenbehartigers die opkomen voor de stem van de vaak niet ‘gehoorde’ Utrechters, zoals voor mensen met een verstandelijke beperking, voor degenen met een lichamelijke beperking en/of chronische ziekte of voor (voormalig) dakloze Utrechters. Reeds ingezette bezuinigingen moeten teruggedraaid en in plaats van minder moeten juist meerdere groepen hierin worden ondersteund.

Utrecht kent niet (meer) of nauwelijks kritische media, in het bijzonder onderzoeksmedia. Het aantal publicaties is beperkt en vaak alleen gericht op een actuele gebeurtenis of besluit. De stad kan en moet beter worden uitgenodigd om waar mogelijk meer hierin te betekenen.

Het gesprek of debat over onderwerpen waar grote groepen Utrechters wakker van liggen vindt nu te weinig of soms geheel niet plaats. BBO’s die een inspirerend, voor iedereen toegankelijk, altijd respectvol en waar nodig confronterend gesprek/debat willen organiseren worden uitgenodigd om voorstellen te doen. De gemeente zal als partner dit waar nodig gaan ondersteunen.  

De democratie is overal nodig; want ook op scholen, bij zorginstellingen, in bedrijven, overal waar mensen samenwerken is het cruciaal om betrokken belanghebbenden directe invloed te geven in het reilen en zeilen van de organisatie. Dat betekent dat de gemeente actief gaat stimuleren dat ondernemingsraden (OR) en medezeggenschapsraden (MR) serieus worden genomen, actief worden ondersteund en worden uitgenodigd om inbreng te hebben. Organisaties die een OR of MR niet transparant en niet actief ondersteunen worden daar door de gemeente op aangesproken. De gemeente zelf geeft het goede voorbeeld.

Alle dienstverlening van de gemeente en ook de dienstverlening van organisaties met een exclusieve opdracht van de gemeente, zoals woningcorporaties en instellingen actief in zorg en welzijn, worden beoordeeld door de Utrechters die er gebruik van maken. Omdat deze ‘klanttevredenheid’ de beste maat is voor de kwaliteit van de dienstverlening. De uitslag is bindend. Management en bestuur van de betreffende organisaties moeten zich verantwoorden en de uitslag bepaalt (mede) de mate en de wijze van financiering door de gemeente én de hoogte van een bonus of malus voor de (medewerkers en de) verantwoordelijke leidinggevenden.

Nu zijn alleen de ‘achtergevels’ die niet gekeerd zijn naar openbaar gebied welstandsvrij. Beter is de hele stad welstandsvrij te maken. Utrechters zelf kunnen altijd bezwaar maken op het verlenen van een omgevingsvergunning door de gemeente, ook als het gaat om het uiterlijk van een (nieuw) gebouw. De Commissie Welstand en Monumenten in Utrecht wordt een Commissie Omgevingsvergunningen die het college van burgemeester en wethouders alleen nog adviseert over het uiterlijk van (nieuwe) gebouwen als Utrechters daar bezwaar op hebben gemaakt.

Het organiseren van méér invloed voor Utrechters, meer ruimte en eigenaarschap voor BBO’s in de Utrechtse buurten/wijken, als ook het organiseren van betaald werk en een eigen inkomen voor alle Utrechters die kunnen én willen werken vraagt een grondige herziening van vele teams en regels bij de gemeente. Dat kan alleen als dit wordt georganiseerd in een samenhangende aanpak vanuit één visie en één strategie. Dat vraagt om één wethouder die daar gericht mee bezig gaat zijn; een wethouder die de actiepunten gaat realiseren zoals benoemd in de speerpunten ‘meer invloed’ (1), ‘Utrechters eigenaar’ (3) en ‘eigen inkomen’ (6); bij voorkeur ook in een gezamenlijke aanpak met de speerpunten ‘eerlijke kansen’ (4) en ‘steunende gemeente’ (5). 

De bewonersgroep Binnenstad030 pleit al enige jaren voor een gelijkwaardige waardering van de woonfunctie, naast die van de andere functies van de Binnenstad, zoals die voor de horeca, de detailhandel en die voor de maatschappelijke en culturele voorzieningen. Wat EenUtrecht betreft kan de woonfunctie zelfs leidend zijn voor het inrichten van de Binnenstad, gelet op het enorme belang van het wonen voor de sociale veiligheid en leefbaarheid van de openbare ruimte; waar alle functies weer baat bij hebben.
Net zo belangrijk is het dat het inrichten van de Binnenstad dient te gebeuren in samenspraak met álle gebruikers, dus naast horeca en vastgoedeigenaren, ook met alle bewoners. Om horeca en wonen in een goede balans te brengen en te houden kan horeca alleen uitbreiden (zowel bij het starten van nieuwe locaties als ook bij het ‘verruimen’ of upgraden van bestaande horecalocaties) als de direct omwonenden in meerderheid kunnen instemmen met de betreffende horecavergunning.

EenUtrecht staat achter iedereen die bijvoorbeeld opkomen voor een eerlijke, zorgzame en gezonde samenleving en protesteren tegen onrecht, ongelijkheid en discriminatie.  Het recht in om te demonstreren is een belangrijke vrijheid in ons land én het geeft Utrechters ook ruimte op meer invloed. Dat betekent dat een burgemeester altijd het maximale moet doen om een demonstratie overal en altijd mogelijk te maken; zelfs als sprake is van mogelijke ‘vijandige reacties en tegendemonstraties’. Onze Grondwet is hierover zeer duidelijk, ook als het gaat over de vraag ‘wanneer een demonstratie wel of niet kan plaatsvinden’. Daar kan een lokale gemeente niet echt iets aan toevoegen, behalve dan dat de gemeenteraad er in moet toezien dat de burgemeester op een goede manier uitvoering geeft aan de richtlijnen zoals vastgelegd in onze Grondwet. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan de burgemeester beslissen een demonstratie toch te verbieden.  Bijvoorbeeld bij een groot risico op geweld, zoals mogelijk in het geval (oktober 2018) van de Pegida demonstratie bij de Ulu-moskee in Lombok (een islamitisch gebedshuis). Of bijvoorbeeld als de verkeersveiligheid ernstig gevaar loopt zoals mogelijk het geval was (september 2021) bij de demonstraties tegen de QR-code bij restaurant WAKU WAKU. In al die gevallen zal de gemeenteraad na afloop moeten toetsen of de demonstratie terecht door de burgemeester is verboden en er is gehandeld naar de tekst en de bedoeling van de Grondwet.

Betaald parkeren kan een oplossing zijn tegen hoge parkeerdruk. Parkeerdruk wordt per buurt ook heel verschillend ervaren. Daarom dienen wijken en buurten zelf het laatste woord te hebben bij de invoering van betaald parkeren. Het betaald parkeren wordt dus alleen ingevoerd als er voldoende draagvlak voor is in de buurt; ofwel middels een te organiseren ‘draagvlakmeting’. Het huidige plan van het stadsbestuur om in één keer betaald parkeren in te voeren voor de hele stad gaat dus van tafel. De in 2024 door het stadsbestuur afgeschafte ‘draagvlakmeting’ (met steun van coalitiepartijen GL/PvdA, D66, CU en S&S) komt weer terug. Daarmee keert een democratisch middel weer terug en kan de Utrechter, naast het één keer in de vier jaar stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen, ook nog ergens anders écht zelf over beslissen. En zo krijgen Utrechters  meer invloed en meer grip op de inrichting en leefomgeving van de eigen buurt en sluit het parkeerbeleid beter aan bij wat mensen lokaal echt willen en nodig vinden.    

Er komt een beleidsregel ‘Meer regie bij de cliënt’ waarin de betaling van levering en reparatie van hulpmiddelen deels afhankelijk wordt van het oordeel van cliënten met de volgende uitgangspunten: (i) Cliënten geven binnen een nader af te spreken aantal weken, na levering of reparatie van het hulpmiddel, een oordeel over het voldoende passend kunnen gebruiken van het hulpmiddel.

(ii) Dat oordeel melden cliënten bij de leverancier en het Wmo-loket.
(iii) Als binnen de afgesproken termijn een cliënt niets van zich laat horen wordt de leverancier altijd automatisch volledig uitbetaald voor het uitleveren of reparatie van het hulpmiddel.
(iv) Als het oordeel van de cliënt onvoldoende is (en tijdig wordt gemeld) wordt een deel van de betaling voor het hulpmiddel (bijv. 20%) door de gemeente aangehouden totdat de cliënt wel voldoende tevreden is of omdat blijkt dat de cliënt ten onrechte niet tevreden is en de leverancier wel alles er aan gedaan heeft om tot een adequate inzet van het hulpmiddel te komen.