Hoe scoren Utrechtse wethouders op burgerparticipatie?
Het stadsbestuur bestaat uit de burgermeester en wethouders. Zij bepalen in de meeste gevallen welke ruimte Utrechters krijgen om mee te denken in gemeentelijke plannen en acties. Dit noem je participatie. De ene wethouder doet dit beter dan de andere. De een hecht veel waarde aan de inbreng van de Utrechter, de andere absoluut niet. Dat er nog veel te winnen is, is ons de afgelopen jaren in de raad duidelijk geworden.
Als EenUtrecht willen we alle wethouders stimuleren om die extra participatiestap te zetten en meer hun best te doen om Utrechters te horen. Het liefst laten wij Utrechters ook meebeslissen.
Als een wethouder een mooie participatie-inspanning laat zien, dan vindt EenUtrecht dat een scorepunt waard. Gaat het even goed mis met de burgerparticipatie dan kan een wethouder een punt bij ons verliezen. De participatiescores van iedere wethouder houdt EenUtrecht bij in de zogenoemde Participatiemeetlat die loopt van cijfer 2 tot 10.
Elk kwartaal maken wij de balans op wie er stijgt en wie er zakt. Dit is altijd gebaseerd op wat ons opgevallen is bij het handelen van de wethouder. De onderstaande participatiemeetlat is van februari 2026
Eelco Eerenberg
Rik van der Graaf (opvolger van Rachel Streefland)
Dennis de Vries
Eva Oosters
Susanne Schilderman
Linda Voortman
Senna Maatoug (opvolger Lot van Hooijdonk)
Als wethouder o.a. verantwoordelijk voor waar en hoe de nieuwbouw er kan komen en hoe vrij je bent als Utrechter om je eigen huis uit te breiden met een dakopbouw. Bij de dakopbouw vindt Eerenberg dat het geen recht is je eigen huis uit te bouwen, maar een gunst van de gemeente die dat kritisch zal beoordelen. Dat maakt nu juist dat vele aanvragen worden afgewezen en daarom vele jonge gezinnen de stad moeten verlaten. Bij nieuwbouw doet Eerenberg wel z’n best, gaat goed met de omwonenden in gesprek en neemt hij de participatie meestal serieus. Jammer genoeg blijft het dan vaak bij een keer goed luisteren. Wat Eerenberg echt te weinig heeft gedaan is Utrechters helemaal vooraan betrekken en een grotere stem geven. Daarom net aan een voldoende.
Wethouder Streefland vertrok een paar maanden voor de verkiezing naar een leuke baan elders en is opgevolgd door partijgenoot Rik van der Graaf. Niet goed om zo de vier jaar voortijdig af te breken, want Utrechters willen terecht graag dat iemand de klus afmaakt. Als wethouder liet ze vaak goed zien zeer betrokken te zijn bij de kwetsbare Utrechters en naar hen te willen luisteren. Dat is niet altijd terug te zien in acties. De kritiek van vele Utrechters op de gemeentelijke organisatie en –dienstverlening kan nog beter op waarde worden geschat en leidend zijn in het handelen. Zo vindt Streefland alle WOO-verzoeken en klachten maar lastig en tijdrovend in plaats van dat zij deze ziet als kansen en een aanmoediging om de gemeente veel transparanter te maken. Dus net aan een voldoende.
Als wethouder laat de Vries soms zien dat hij de bijdrage van huurders en bewoners serieus neemt. Jammer genoeg lijkt de Vries tegelijkertijd moeite te hebben om dat krachtig om te zetten in eisen en acties richting bouwers, beleggers en woningcorporaties; want ook daar heeft hij veel begrip voor de belangen van die instanties. Het eindresultaat is te vaak een waterig compromis. Echt een doodzonde was dat hij in zijn een ‘Volkshuisvestelijk akkoord’ sloot (over o.a. verkopen van sociale huurwoningen) met de directies van de woningcorporaties zonder daar huurders bij te betrekken. Met een smoes, want het zou slechts gaan over de uitvoering (juist dan is betrokkenheid van huurders net zo belangrijk), liet hij weten dat het dit keer wel even zonder huurders kon. Op dat moment zakte de Vries ‘door het ijs’ en scoort mede om die reden een dikke onvoldoende (4).
Als wethouder o.a. verantwoordelijk voor o.a. participatie zegt ze vaak dat het beter moet met de burgerparticipatie in Utrecht. In hele mooie woorden wordt dat in de vele ambtelijke beleidsnota’s zo ook opgeschreven. Tegelijkertijd heeft Oosters geen voorstellen ingediend die de positie van Utrechters bij burgerparticipatie versterken. Ook geen concrete voorstellen die zorgen voor een betere lokale democratie of gaan maken dat Buurt- en Burgerorganisaties meer zelf kunnen doen. Kortom, Oosters blijft te veel steken in goede bedoelingen en zet deze veel te weinig om in daden. En dat is voor een wethouder die had moeten opkomen voor een betere participatie en sterkere democratie echt niet uit te leggen. Dat had vele malen beter gemoeten en gekund. Te vaak werden moties EenUtrecht ontraden waardoor de gemeenteraad in meerderheid deze ook niet steunden. Daarom een serieuze onvoldoende voor Oosters.
Als wethouder lijkt Schilderman in woorden soms wel open te staan voor een grotere eigenaarsrol van bewoners in bijvoorbeeld het schoonhouden van de eigen wijk, maar telkens als het er op aankomt valt Schilderman weer terug in vertrouwde oplossingen, op basis van adviezen van haar ambtenaren, met een leidende rol voor de gemeente. Bij economie leunt ze bij het ondersteunen van buurtondernemers zwaar op de expertise van instanties en weer minder op dat van ervaringsdeskundige lokale BBO’s. We zouden graag zien dat Schilderman probeert om klassiek patronen los te laten en eens te experimenteren met meer invloed en eigenaarschap bij de Utrechters zelf, maar ze heeft er lijkt het geen beelden bij. Kortom, ook zij scoort een zware onvoldoende op participatie.
Op groen negeert Voortman bewonersplannen die goedkoper zijn en meer draagvlak hebben (natuurgebied Zuilen). Bij werk onderschat Voortman de kracht van ervaringsdeskundigen. Op het gebied van welzijn is Voortman een wethouder die zwaar leunt op ambtelijke in institutionele adviezen en nog steeds een beeld heeft van lokale Buurt- en Burgerorganisaties alsof deze bestaan uit goedbedoelende vrijwilligers die niet volwaardig taken voor de gemeente zouden kunnen uitvoeren (Sociaal makelen). Voortman geeft geen prioriteit aan het versterken van deze BBO’s. Het liefst kiest zij voor een uniforme aanpak voor heel Utrecht i.p.v. maatwerk per buurt, zo lijkt het. Tot overmaat van ramp negeerde Voortman ook een jaar lang de klachten en de signaalbrief daarover van een grote groep lotgenoten van gedupeerden van de kindertoeslagenaffaire. Pas na heel veel druk vanuit de gemeenteraad, op initiatief van EenUtrecht, gaf ze toe en ging het nodige repareren. Dat alles maakt dat Voortman écht héél slecht scoort op participatie. Ze lijkt er geen gevoel voor te hebben.
Na drie jaar in deze periode hield wethouder Hooijdonk er om onduidelijke redenen mee op en werd opgevolgd door partijgenoot Senna Maatoug. Als wethouder is van Hooijdonk iemand die alle ’tientallen’ belangen afweegt en het belang van de bewoners ziet als slechts één van die vele belangen. Zoals bij het opstellen van de visie voor de wijk Overvecht, waar van Hooijdonk moedwillig succesvol de visie bleef ‘doordrukken’ ondanks de enorme tegenstand bij een meerderheid onder de bewoners. Bij vele verkeersprojecten kan zij bewoners wel vragen om eigen ideeën maar dan later toch opnieuw weer voor het eigen gemeentelijke oorspronkelijke plan kiezen (verkeersroute Weerdsingel OZ). Bij energie zet van Hooijdonk zwaar in op het centrale warmteplan van Eneco en negeert zij volledig de potentie van lokale warmteplannen van bewoners en bij het energiepark Rijnenburg werd de bewonersparticipatie volledig genegeerd. Zelfs de Rekenkamer concludeerde dat hier sprake was van een zeer dikke onvoldoende voor de participatie (3,4 op uitkomst en 4,8 op proces). Kortom, van Hooijdonk scoort ongelofelijk slecht op participatie, maar het lastige is dat zij dat volstrekt anders ziet en zich niets lijkt aan te trekken van alle breed gedragen kritiek op haar functioneren.
Elke wethouder heeft elke maand weer de kans om zich te laten zien als degene die burgerparticipatie (en zeggenschap/eigenaarschap) een warm hart toedraagt. Waar dat maar even kan steunt EenUtrecht alle wethouders bij hun participatie-inspanningen en houdt hen daarin scherp. Dit is een aanmoedigingsinstrument. We hopen dat onze Participatiemeetlat hen inspireert om te gaan voor die 10. Als ze willen, kunnen ze het!