Gezonde stad

Elke buurt wel betaalbaar en grenzen aan de groei

EenUtrecht wil dat het in Utrecht gezond wonen, leren en werken is. Niet alleen in tijden van een virusinfectie, maar altijd, elk jaar. In iedere buurt en wijk, niet alleen in de rijkere delen van de stad. Gezond wil zeggen: dat iedere Utrechter in zijn buurt of wijk naar keuze kan (blijven) wonen, in een betaalbare woning, met betaalbare duurzame energie, zonder problematische schulden, met gemeenschappelijke buurtruimtes om elkaar te ontmoeten en te verbinden, sociaal veilig zonder overlast in de buurt en intimidatie op straat, cultureel prettig, in een schone, stille, stralingsveilige en suikerarme buurt. Utrecht oogt weliswaar gezond, maar onderhuids – niet zichtbaar op straat – is de stad ziek. Zo is er een tweedeling tussen rijke en arme(re) buurten, verlaten noodgedwongen veel Utrechters met een lager inkomen de stad, staan kwetsbare bewoners met problematische schulden er vaak alleen voor, maken we te weinig ruimte voor Utrechters om zich met elkaar te verbinden en elkaar waar nodig te ondersteunen en voldoen we te vaak niet aan gezonde normen voor schone lucht, stille woonstraten en een stralingsveilige en suikerarme omgeving. De inzet is om van Utrecht een gezonde stad te maken, niet alleen voor sommige buurten en Utrechters, maar voor iedereen.

Foto: Sjors Provoost

Volg ons op social media

BEKIJK ONZE STANDPUNTEN

Gezonde stad, dus een gezonde groei en geen metropool.

Stel nadrukkelijk grenzen aan stedelijke groei, bijv. door alleen die groei mogelijk te maken die nodig is voor het huisvesten van Utrechters die hier willen blijven wonen, of willen komen leren en werken. Een megalomane groei met 60.000 woningen tot 2040 is daarvoor niet nodig. De huidige door het stadsbestuur beoogde groei, vastgelegd in de RSU2040, leidt tot een ‘versteende’ metropool en moet daarom van tafel. Bestaande afspraken hierover met het Rijk moeten herzien. We kunnen in Utrecht volstaan met een gezonde ‘natuurlijke groei’ van onze stad tot 2040 van maximaal 10.000 tot 15.000 nieuwe woningen. Alleen zo blijft Utrecht betaalbaar, groen en leefbaar.

De kleinschalige buurt als basis van de stad.

Kleinschaligheid in buurten is belangrijker dan grootschalige stedelijke groei. In die nieuwe visie voor Utrecht (2040) gaan we uit van de bestaande buurten als basis van de stad. De kleinschalige buurt is daarmee ook leidend voor de verdere ontwikkeling van onze stad. De ‘buurtstructuur’ is daarin ook belangrijker dan die van de zogenoemde groenstructuur of de mobiliteitsstructuur. Op buurt, stadsdorp of (sub)wijkniveau moeten lokale gemeenschappen zich namelijk kunnen ontwikkelen en versterken; want een gezonde buurt zorgt voor een thuis voelen, meer begrip, elkaar ondersteunen en een prettig en veilig samenleven. De buurten samen zijn een netwerk die één Utrecht maken.

Betaalbare woningen door striktere (prijs)eisen woningmarkt.

Utrecht gaat nog niet ver genoeg in het begrenzen van de woningmarkt. Strengere regels op o.a. zelfbewoning en anti-speculatie zijn hard nodig. Zelfbewoningsplicht is sinds kort (2020) vereist voor woningen tot € 307.400, als ook een anti-speculatiebeding van 5 jaar. Dat moet strenger, bijv. door de zelfbewoningsplicht bij koop toe te passen op álle woningen; als ook voor alle huurwoningen en het anti-speculatiebeding voor kopers te verlengen naar 10 jaar (mogelijk afbouwend). Daarnaast zal het nodig zijn voor álle huur- en koopwoningen maximale huur- en (ver)koopprijzen vast te stellen.  Als een verhuurder verhuurt boven dat maximum verliest deze zijn vergunning om te verhuren. Als een koper koopt boven het vastgestelde maximum wordt nadien een veel hogere OZB berekend.

Naast beschermen van sociale en midden-huur; méér ruimte bieden voor sociale koop.

Utrecht zet nu te veel in op de ‘dure’ sociale huur (dat moet blijkbaar stijgen van 32% nu naar 35%?) en veel te weinig op de ‘goedkopere’ (sociale) koop. Kopen is nu (zeker de komende twee decennia) veel goedkoper dan huren en waarom Utrechters met lagere inkomens laten wonen in de duurste woonoplossing: die van de huur? Stimuleer bijv. het aankopen van de eigen (sociale) huurwoning en bevorder waar mogelijk allerlei vormen van sociale koop (dat deel kopen wat je kunt betalen). De gemeente gaat daarom actief de huurders in de sociale huursector, die dat willen, ondersteunen in het kunnen kopen van een sociale huurwoning. Hierover maakt de gemeente bindende afspraken met alle Utrechtse woningcorporaties. Bijvoorbeeld met aantrekkelijke varianten van sociale koop van huurwoningen (o.a. bijv. met kortingsregelingen bij de aankoop) en eerste recht van koop (bij verkoop van de sociale huurwoning door de woningcorporatie).

Meer betaalbare woningen door bestaande woonruimte beter te benutten.

Utrecht bestraft i.p.v. beloont nu nog het delen/splitsen van woningen. Grote woningen meer en beter kunnen ‘delen’ zorgt voor meer en goedkoper aanbod. Het splitsen (in appartementen) en omzetten (in kamers) van woningen is nu een kostbare zaak. De omgevingsvergunning hiervoor moet veel eenvoudiger en goedkoper; wel met strikte eisen aan bewoning en zorg voor de leefomgeving. Het wordt dus makkelijker om een woning kadastraal te splitsen, zolang er geen zwaarwegende bezwaren tegen zijn van de buurt. Datzelfde geldt ook voor het stimuleren van het verhuren van kamers in (grote) woningen (maximaal 50% van de eigen woning), o.a. door de regels rondom (onder)verhuur van delen van de eigen woning te vereenvoudigen. Hierdoor zullen veel – vaak oudere alleenstaanden in voor hen grote woningen – ook weer veiliger en prettiger kunnen wonen. Zo ontstaan ook veel meer kleine (deel)woningen voor de snel groeiende groep van alleenstaanden. Daarnaast moeten alle leegstaande gebouwen, waaronder lege kantoorpanden en ruimtes boven winkels, maximaal beschikbaar komen voor woningen; waar nodig onder druk van de gemeente.

Maak ruimte voor kleinschaliger én goedkoper bouwen.

Utrecht gaat uit van te veel grootschalige nieuwbouw. Kleinere projecten zijn makkelijker, goedkoper en beter in te passen (óók voor de buren!). Grootschalig nieuwbouwen vraagt plaatselijk om enorme aanpassingen van voorzieningen, terwijl kleinschalig ‘tussendoor’ enkele woningen tussen voegen veel beter gebruik maakt van (de grenzen van) bestaande voorzieningen. Dus kleinschalig verdichten is beter dan (veel te) duur grootschalig verdichten of compleet nieuw bouwen in de ‘polder’. Een andere belangrijke ‘prijsremmer’ is door slim te bouwen, namelijk met gestandaardiseerde woningen op ‘bestelling’. Zo ontstaat tegelijkertijd een grotere verscheidenheid van woningen in een straat en worden buurten minder eentonig.

Ongedeelde stad, alle buurten zijn bereikbaar voor alle inkomens.

Elke buurt of (sub)wijk heeft minimaal 20% goedkope ‘sociale’ woningen (huur en koop), minimaal 20% middenwoningen (huur en koop) en maximaal 40% dure woningen (huur en koop), bij voorkeur zo veel mogelijk verspreid over alle buurten in die (sub)wijk; tenzij er hele goede redenen zijn om hiervan af te wijken. Studenten wonen dus niet alleen op de Uithof maar verspreid over de hele stad, in de toekomst ook in de nieuwbouwwijk Merwedekanaalzone. Als er in een wijk minder dan 20% goedkope woningen (huur en koop) zijn mag er in die wijk voorlopig alleen goedkoop c.q. sociaal en worden bijgebouwd. Datzelfde geldt ook voor de 20% middenwoningen. Bij elk nieuwbouwproject en elke renovatie waarbij woningen vrij komen stelt de gemeente dwingende eisen vast voor de te realiseren minimum percentages goedkoop/sociaal en middensegment. Het onderscheidt tussen huur en koop is hierin minder relevant. Daarmee wordt Utrecht een ongedeelde stad en bereikbaar voor elke Utrechter, ongeacht zijn of haar inkomen.

Maximaal ruimte voor gezamenlijk wonen.

Allerlei woonvormen, waarin Utrechters gezamenlijk een gemeenschappelijke ruimte delen, worden extra ondersteund en waar mogelijk krijgen zij met voorrang ruimtes toegewezen. Zodoende ontstaat ruimte voor de vele wooncollectieven en wooninitiatieven (van bijvoorbeeld ouderen of groepen migranten) om samen – in een eigen gekozen vorm – te gaan wonen.

Terugkeergarantie Utrechters.

Als iemand langer dan 10 jaar in Utrecht heeft gewoond is er een terugkeergarantie en kan zo iemand altijd met voorrang – waar dat mogelijk is – (terug) verhuizen naar een nieuwe woning in de stad. Op die manier kunnen Utrechters (opnieuw) wonen in de stad waar zij zijn ‘geworteld’.

Gemeente wordt woningmarktmeester.

Makelaars (huur en koop) hebben al ruim 20 jaar alle ruimte om te handelen. Hoe zij makelen wordt steeds ‘vrijer’ en gebeurt steeds meer achter ‘gesloten deuren’. Biedingen zijn niet meer transparant, zonder aankoopmakelaar kom je er bijna niet meer tussen en de courtages zijn hoger naarmate de prijzen hoger worden. Als in de komende jaren de vergunning weer wordt ingevoerd voor het beroep van makelaars biedt dat de gelegenheid voor de gemeente om weer eisen te kunnen stellen aan de makelaar als het gaat om bijv. courtages, transparantie, concurrentie en het niet bij opbod verkopen van woningen. Houd de makelaar zich niet aan de regels dan verliest deze zijn vergunning. Vooruitlopend op die landelijke regeling kan de gemeente Utrecht alvast proef draaien.

Elke bewoner wordt gesteund in het betaalbaar verduurzamen van zijn woning.

Een groot deel van de woonlasten zijn energielasten. De gemeente gaat alle bewoners die dat willen, actief ondersteunen bij het verduurzamen van de eigen woning, bijvoorbeeld door het deels subsidiëren van de aankoop van zonnepanelen op de eigen woning of op nabijgelegen vastgoed. Daarnaast biedt de gemeente alle daken aan die zij in eigendom heeft actief aan Utrechtse buurtinitiatieven voor het opwekken van zonne-energie. Daarmee stimuleert de gemeente dat Utrechters zichzelf kunnen voorzien van energie. Tegelijkertijd zet de gemeente zich er voor in dat de opbrengsten er van ook daadwerkelijk bij deze Utrechters terecht komen.

Het saneren van problematische schulden bij Utrechters.

De gemeente gaat als regisseur sneller en effectiever (met alle schuldeisers) problematische schulden bij Utrechters saneren en neemt waar mogelijk de schulden van hen over, zodat zij alleen nog met de gemeente als (nieuwe) schuldeiser tot een oplossing hoeven te komen. Dat is extra hard nodig omdat deze schulden ziekmakend zijn en het merendeel van de schulden veelal wordt veroorzaakt door schuldeisers zelf (met overheidsdiensten en overheidsbedrijven vaak ook nog als grootste schuldeisers).

Gezamenlijk maken we leefregels en waar nodig gaan we dwingend handhaven.

Utrechters en gemeente komen gezamenlijk tot de ‘Utrechtse leefregels’ over ‘hoe gaan we met elkaar om’, op straat, op school en op het werk. Bijvoorbeeld dat we elkaar eerst een vraag stellen in plaats van te oordelen, dat groeten altijd mag, we elkaar niet beledigen – laat staan intimideren – en dat we de nachtrust van onze buren respecteren. Waar nodig worden deze leefregels vertaald in gemeentelijke (politie)verordeningen. Zo wordt op straat onbeschoft en intimiderend gedrag niet getolereerd en altijd direct en hard aangepakt. Daders riskeren een boete en komen met naam en delict op de website van de gemeente. Direct een gebiedsverbod voor de dader bij ernstige intimidatie en hinderlijke overlast. Zoals bij bedreigingen, vandalisme en stalking, zowel in de eigen straat en buurt als ook op bijvoorbeeld schoolpleinen en sportvelden.

Ondersteunen van buurtruimtes, overal waar de buurt dat wil.

Overal waar een buurt of buurtgroep dat wil stimuleert en ondersteunt de gemeente actief het starten, versterken en effectiever maken van een buurtruimte, zo lang deze open staat voor alle buurtbewoners en buurtondernemers, gericht is op in ieder geval ontmoeting en verbinding en wordt beheerd door een door de gemeente erkende buurtorganisatie (BBO). De ondersteuning bestaat waar nodig uit deskundig advies, financiële ondersteuning en het vinden of verkrijgen van de buurtruimte zelf. Elke buurt heeft recht op minimaal één passende eigen buurtruimte.

Meer buurtcultuur en investeren in prettige buurten of Stadsdorpen.

Buurtcultuur verbindt mensen en dat zorgt voor prettige(re) buurten waar de Utrechters met plezier willen en kunnen wonen. Elke buurt of wijk kan extra investeren in activiteiten voor buurtcultuur. Elke buurt (of subwijk) krijgt – als zij dat zelf graag willen – ook alle ruimte (en benodigd budget) om zich te versterken als Stadsdorp waarbij extra budget wordt vrijgemaakt voor investeringen in de eigen identiteit, het eigen verhaal en ,  . Een buurt en de eigen straat heeft baat bij een mooie aangeklede en fleurige openbare ruimte, dus extra budget voor bijvoorbeeld muurschilderingen, vaste buurtbanken en (buiten)eettafels.

Overal in de stad is de lucht schoon.

EenUtrecht wil een stad waar de strengere WHO-normen voor schone lucht leidend zijn, voor alle buurten in de stad, dus zowel voor de binnenstad als voor de buitenwijken.

Alle woonstraten zijn stil.

In woongebieden moet je altijd ’s nachts (23:00 tot 07:00 uur) rustig kunnen slapen en overdag en in de avond ongestoord in je tuin of op de stoep een gesprek kunnen voeren. Dus geen geluidshinder van verkeer, buitenevenementen, buren of lawaaiige voorbijgangers. Dat moet gelden voor alle woonstraten, zowel in de binnenstad als voor alle andere (buiten)wijken. Allereerst wordt ingezet op het verminderen van het verkeerslawaai tot maximaal 55 decibel (dB), dit door het direct invoeren van een maximum snelheid op alle wegen van 30 km, inclusief doorgaande stadswegen. In Utrecht bestaan voor buitenevenementen nu nog hele soepele geluidsnormen, namelijk maximaal 80 tot 90 decibel, uitgedrukt in dB(A). Deze normen moeten veel strenger, zodat je in de woning (met een geluidsisolerende gevel van minimaal 10 decibel) elkaar in een gesprek nog wel kunt verstaan (bij een geluidsniveau binnen van 55 decibel kan dat dan nog net goed). Dat betekent dat bij evenementen de geluidsoverlast op de gevel niet mag uitkomen boven de 65 dB(A), met uitzondering van enkele beeldbepalende evenementen, met een norm op 75 dB(A). Dat is dus ruim 30 keer stiller dan nu (elke 3 decibel lager is 2x stiller). Ten slotte moet de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in Utrecht worden aangescherpt, zodat de politie en waar nodig de burgemeester effectiever kan handhaven op o.a. het bewaken van een goede nachtrust. Nu nog veel te vaak worden Utrechters wakker gehouden door (tuin)feestjes bij de buren of lawaaiige voorbijgangers op weg naar huis. Daarom wordt in de APV een artikel opgenomen waarin wordt vastgelegd dat het in alle woonstraten volledig stil moet zijn tussen 23:00 en 07:00 uur (ofwel een geluidniveau van maximaal 35 dB(A) binnen in de woning, dus met een gevelisolatie van gemiddeld 15 dB is dat maximaal 50 dB(A) buiten op de gevel). Overdag en in de avond geldt dat je in woonstraten buiten nog gewoon met elkaar een gesprek moet kunnen voeren (ofwel een geluidsniveau van maximaal 55 dB(A) buiten, vergelijkbaar met het gewenste niveau voor verkeersgeluid).

Stralingsveilige woongebieden.

Kritisch onderzoeken of alle straten en buurten wel stralingsveilig zijn. Op basis daarvan waar nodig strengere eisen stellen aan nieuwe masten voor mobiel dataverkeer.